Inzichten 1 

In het leven kom je wel eens momenten tegen dat je denkt ‘verrek, zit het zo?’. Of dat je ineens iets begrijpt wat je al jaren geleden hebt aangenomen als waar en waarvan je nu pas inziet waarom dat zo is, of waarom het helemaal niet zo is.

Een van die momenten voor mij was toen ik al een aantal jaren huisarts was. Mijn onze waarneemgroep (de groep artsen die in het weekend en met de feestdagen voor elkaar waarnam, de diensten verdeelden) hadden we eens per maand een vergadering met partners erbij. Combinatie van ‘gezellig’ en ‘werk’ dus. En regelmatig vertelde dan iemand over een (vaak medisch) onderwerp of over een hobby. Het onderwerp was vrij.

Ik bedacht me zomaar opeens dat ik wat wilde vertellen over een onderwerp waar we nauwelijks iets van wisten, maar wat misschien toch wel belangrijk zou kunnen zijn. Vitamines en mineralen. Ja, je leest het goed: daar weten we als artsen nauwelijks wat van na de opleiding. En ook daarna worden we daar niet in bijgeschoold. De bijscholing gaat over dingen waar de industrie bij betrokken is (belang bij heeft).

Dus ik schafte het boekje van Gert Schuitemaker aan over vitaminen en mineralen, het ‘Gouden boekje voor de Gezondheid’. De titel vond ik interessant, en ik hoopte er iets aan te hebben voor mijn ‘voordracht'. Al vrij snel was ik met enige stomheid geslagen over dingen die ik las en die ik niet wist. Dingen die voor elke arts van groot belang konden zijn om hun patiënten gezond te krijgen en houden. Vaak ook dingen waarvoor je gewoon vitamines en/of mineralen kon adviseren en waar ik nu chemische middelen gaf, terwijl de oorzaak dus een tekort aan vitamine of mineraal was. Of een combinatie ervan. 

Ik las met steeds meer enthousiasme (en verbazing) het boekje door, maakte een opzet van wat ik zou willen vertellen, en een samenvatting om uit te delen aan mijn collega’s.

Mijn grootste verbazing was nog wel dat sommige klachten die een gevolg zijn van een tekort aan een mineraal of vitamine door ons artsen totaal niet als zodanig worden herkend, en dat wij dan maar een zogenaamd geneesmiddel voorschrijven wat absoluut niet geneest (het tekort blijft bestaan en wordt zelfs groter), en wat in potentie vergif voor het lichaam is. En we durven ons ‘geneesheer’ te noemen. Ik begon nog meer te twijfelen aan wat ik aan het doen was in de praktijk (ik was al homeopathie gaan bestuderen uit onvrede).  

Ook besloot ik om een vragenlijst te maken in de vorm van multiple choice. Want ergens dacht ik dat mijn meer ervaren intelligente collega’s er misschien meer van af zouden weten dan ik. Of in elk geval mijn antroposofische collega’s die dichter bij de natuur stonden. Ik was nogal gaan twijfelen aan mijn kennis door dit boekje te lezen. 

Gelukkig (voor mijn ego) en tegelijkertijd helaas (voor de patiënten) vulden mijn collega’s de vragenlijst nog slechter in dan ik het gedaan zou hebben. Zij wisten er dus niet meer vanaf dan ik….

Ook mijn collega’s waren verbaasd over wat ze allemaal niet wisten. Maar raar genoeg merkte ik niet dat iemand het een gemis van de opleiding vond. Ze waren allemaal langer huisarts dan ik en ik vroeg me af of het kwam door de tijd, en dat ze niet anders meer wisten dan dat het normaal was dat je als arts alleen chemische middelen voorschreef. Hoewel de antroposofen toch veel natuurlijker en ook gepotentieerde middelen gebruikten. Misschien dus zo gewend aan het huidige beleid dat er niet meer aan getwijfeld werd?

Enkelen gaven aan dat ze blij waren met de samenvatting, omdat ze dit zeker nog een paar keer de komende tijd moesten doorlezen om er misschien iets mee te kunnen in de praktijk. Om het een beetje te kunnen onthouden. 
Van mijn collega’s heb ik er daarna niets meer over gehoord, maar voor mijzelf was er een soort deur opengegaan. Vanaf dat moment las ik vaker over vitamines en mineralen en onderzoek daarnaar. En keer op keer was ik verbaasd over de arrogantie of het negeren van de reguliere geneeskunde van deze kennis.

De afgelopen jaren hebben we zelfs gezien dat de reguliere geneeskunde (lees: de farmaceutische industrie) met (on)wetenschappelijk kunst en vliegwerk zogenaamde meta-analyses deed om daarmee beweringen of groepen vitamines of andere geneesmiddelen weg te zetten als onzin. Dat gebeurde met de anti-oxidanten die zo belangrijk zijn om onder andere veroudering en (ook kwaadaardige) verandering van cellen tegen te gaan. Dat gebeurde met glucosamine wat het kraakbeen kon verbeteren. Dat gebeurde met homeopathie. En vorig jaar gebeurde het met het ‘bewijzen’ dat vaccins geen autisme zouden veroorzaken. Stuk voor stuk voorbeelden van creatief en frauderend gegoochel met feiten en cijfers om iets opzij te zetten zodat er niet meer over gepraat wordt in de medische wereld.

Natuurlijk heb ik me vaak afgevraagd hoe dit kan. Hoe het komt dat artsen dit allemaal slikken en ogenschijnlijk klakkeloos en kritiekloos accepteren als waarheid en er niet tegen ageren. Waarom artsen zo ver van de natuur af staan, terwijl wij als mens onderdeel van die natuur zijn en de natuurwetten ook op ons functioneren van toepassing zijn. Ik kan heel veel ideeën bedenken, en misschien is het wel een combinatie ervan.

Zelf heb ik me altijd als leerling opgesteld, altijd weer bereid te leren en te groeien door wat ik aan nieuwe informatie ontving. Daarbij altijd wel kritisch kijkend naar het nut en de waarde van het nieuwe. En evenzo heb ik me altijd verbaasd over het gebrek aan bereidheid van veel artsen om ook maar enigszins te twijfelen aan wat ze deden. Zelfs al de overweging dat iets anders zou kunnen was vaak al te veel om te overwegen.

Arts zijn is een lastig en veeleisend beroep, omdat het over mensen en soms mensenlevens gaat. Maar wat ik bij te veel artsen mis is de wens echt mensen te willen genezen, te willen helen, gezonder te willen maken. En dat als prioriteit te hebben. Echt genezen.
Want een pil geven zodat je een klacht niet meer ervaart is niet ‘gezonder maken’, laat staan ‘gezond maken’.

Het inzicht wat het mij desondanks gaf – deze geschiedenis met het boekje voor de gezondheid – was dat ik sedertdien meer open ben gaan staan voor andere benaderingen, voor andere opties, andere mogelijkheden. Ik zag hoe bekrompen de medische wereld in het reguliere kamp was (waar ik middenin zat), en wilde niet ook zo bekrompen worden. Sterker noch, ik voelde me met de dag – zo handelend – steeds meer een kwakzalver worden……

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn