Inzichten 2

Als huisarts luisterde ik behoorlijk goed naar mijn patiënten (dacht ik). Ik stelde me onbewust (ook) als leerling op, ik wilde elke dag leren.

En omdat ik ook luisterde naar de verhalen van patiënten die ik in de waarneming zag, was ik begonnen met de studie homeopathie. Omdat patiënten van antroposofische collega’s me dingen vertelden over homeopathische middelen (vergeef me dat ik het homeopathisch noem – omdat het vaak gepotentieerde middelen waren zoals die in de homeopathie ook worden gebruikt), die zo bizar waren dat ik dat ook wilde kunnen.

In de homeopathie zoek je naar het middel wat bij iemand past (meer nog bij die iemand dan bij de kwaal van die iemand!). Het gevolg is onder andere dat je heel veel wilt weten over die persoon en over de kwaal

Dat bracht me binnen korte tijd 2 interessante inzichten:

  1. Omdat ik meer ging vragen aan mensen over details (in de reguliere geneeskunde niet zo interessant, maar in de homeopathie heel belangrijk) en ik dus ook meer noteerde, gingen mensen me vertellen dat ze het gevoel hadden dat ik beter luisterde……….dat kwam dus door meer vragen en meer noteren.
    Ik was daar verbaasd over omdat ik zelf het gevoel had dat ik al zo goed luisterde. Iemand gewoon laten vertellen is oké, maar zelfs meer vragen stellen komt kennelijk beter over. En ook het noteren was dus belangrijk, terwijl we min of meer opgeleid waren om zo min mogelijk op te schrijven. Bovendien begonnen de computers te komen, zodat meer aandacht ging naar het toetsenbord en het scherm in plaats van het aankijken van de patiënt……… 
  1. Omdat er zoveel verschillende homeopathische middelen zijn, met alle een ander beeld (ook qua karakter), begon ik steeds meer in te zien dat niemand gelijk is. In de geneeskunde is het zo dat een beleid ten aanzien van een aandoening voor iedereen hetzelfde is, maar homeopathisch is dat allesbehalve waar. Iedereen heeft een andere combinatie van karakter en kwaal en ook de kwaal zelf is vaak anders, zoals pijn op andere momenten, andere uitstraling, andere momenten van verergering, andere behoeften, andere reacties, etc. En dat alles is belangrijk voor het bepalen van het juiste middel.
    Ik begon in te zien dat elke arts om te bepalen of iets normaal is vergelijkt met de gemiddelde andere mensen of met de eigen situatie. Met het eigen oordeel over wat normaal is. Als patiënt ben je bij de beoordeling dus min of meer afhankelijk van de eigen opinie en ervaring (en waarden en gedragingen) van de arts tegenover je. 

Ik ervoer dat bijvoorbeeld zelf toen ik in 2006 door de AO-verzekering naar een arbeidspsycholoog werd gestuurd. Deze man die weinig aan sport deed en niet nadacht over wat hij at en dronk, vond dat ik obsessief met mijn gezondheid bezig was omdat ik af en toe halve marathons liep/had gelopen, niet rookte, weinig alcohol dronk en nadacht over minder vlees eten. Volslagen belachelijk, maar het was zijn opinie op basis van zijn eigen leven. (Jammer dat zijn mening toen richting verzekering wel werd gebruikt in mijn nadeel). En ik was altijd al bezig met hoe ik mensen aan een betere gezondheid kon helpen, dus was me heel bewust t.a.v. vele facetten van het leven. 

Zo werd mijn voorganger bijvoorbeeld woedend als iemand naar een alternatief genezer/arts was geweest, hij kon je de spreekkamer uitsturen/ uitschelden. Dat accepteerde hij niet. Het strookte niet met wat hij normaal vond. 

Ooit kreeg ik iemand voor homeopathie die bij de eigen huisarts geen gehoor kreeg t.a.v. zijn impotentie. De man was 55 en de huisarts zei dat dat normaal was voor zijn leeftijd – de huisarts was omstreeks die leeftijd. Ik besefte dat het vooral iets zei over de huisarts (en zijn potentie).
Of iemand van tegen de 70 die halve marathons liep en in korte tijd niet meer in staat was zich langere tijd in te spannen die te horen kreeg dat dat normaal was voor de leeftijd. Onzin natuurlijk als je tot voor kort wel in staat was je intensief in te spannen. Voor de gemiddelde persoon kan het waar zijn, niet voor een zo sportief iemand.

En dat geeft precies aan waarom dat inzicht zo belangrijk was wat ik kreeg. Je kunt mensen niet vergelijken met het gemiddelde en op basis daarvan bepalen of iets normaal is of niet. Je kunt mensen niet vergelijken met jezelf en op basis daarvan bepalen of iets normaal is.

Maar goed, wat ik vooral dus ook leerde, is dat iedereen anders is. Dat je geen twee mensen met elkaar kunt vergelijken. We zien dat nu ook in het corona-tijdperk: iedereen reageert anders op het virus en op de maatregelen qua emoties en gedrag. En dat is dus normaal. 

Op het moment dat ik dit schrijf had een van ons gisteren 2x een kortdurende botsing met de kinderen (dertigers). De eerste keer bleek de boosheid van het kind niets te maken te hebben met waar het over ging, maar was de oorzaak de angst voor corona en het mogelijk ontmoeten van andere mensen. De tweede keer had het ook niets te maken met wat er gebeurde, maar had het te maken met de angst van (nota bene) iemand anders die eisen had gesteld uit angst voor corona, waar hij rekening mee wilde houden en wat maakte dat hij in paniek raakte toen wij niet snel genoeg weg gingen.

Maar het geldt voor iedereen en bij alle mogelijke omstandigheden: mensen reageren heel verschillend op situaties of ziekte. Mensen hebben ogenschijnlijk soms gelijkende karaktertrekken, maar als je het goed bekijkt, zijn er toch aanzienlijk verschillen. De een reageert snel boos omdat ie snel aangebrand is, de ander kan boos reageren omdat er angst achter zit. De een loopt rood aan, een ander begint te vloeken, een ander neigt te gaan slaan of gooien en weer een ander klapt volledig dicht. En weer een ander begint ter zelfverdediging de ander van alles te verwijten.

Ik leerde zo dat niet alleen iedereen een ander middel behoefde om weer in balans te komen en het lichaam weer in balans te brengen en te helen. Maar ik leerde ook dat iedereen qua karakter anders in elkaar zat, wat maakte dat ik snel veel beter kon omgaan met mensen waar ik voorheen moeite mee had (en tegelijkertijd was ik bezig te bedenken welk middel bij die persoon paste – ook al hoefde ik dat niet te geven).

Maar wat het me bovenal leerde, is dat ik veel minder snel een oordeel had over mensen. Dat ik niet meer bezig was met iets te vinden van bepaald gedrag, tenzij het uiteraard alle spuigaten uitliep. Iedereen is zoals ie is en mag zijn zoals ie is, mits er respect is voor de ander.

Dat geldt – even een zijsprongetje – ook voor het uiten van een mening naar mijn idee. Iedereen mag z’n eigen mening hebben, maar wel met respect voor de ander. Als vrijheid van meningsuiting betekent dat je iedereen maar mag beledigen en uitschelden, dan gaan we voorbij aan het respect en wordt die vrijheid van de verwijter een onvrijheid voor anderen. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn