Blog Algemeen

Inzichten 2

Als huisarts luisterde ik behoorlijk goed naar mijn patiënten (dacht ik). Ik stelde me onbewust (ook) als leerling op, ik wilde elke dag leren.

En omdat ik ook luisterde naar de verhalen van patiënten die ik in de waarneming zag, was ik begonnen met de studie homeopathie. Omdat patiënten van antroposofische collega’s me dingen vertelden over homeopathische middelen (vergeef me dat ik het homeopathisch noem – omdat het vaak gepotentieerde middelen waren zoals die in de homeopathie ook worden gebruikt), die zo bizar waren dat ik dat ook wilde kunnen.

In de homeopathie zoek je naar het middel wat bij iemand past (meer nog bij die iemand dan bij de kwaal van die iemand!). Het gevolg is onder andere dat je heel veel wilt weten over die persoon en over de kwaal

Dat bracht me binnen korte tijd 2 interessante inzichten:

  1. Omdat ik meer ging vragen aan mensen over details (in de reguliere geneeskunde niet zo interessant, maar in de homeopathie heel belangrijk) en ik dus ook meer noteerde, gingen mensen me vertellen dat ze het gevoel hadden dat ik beter luisterde……….dat kwam dus door meer vragen en meer noteren.
    Ik was daar verbaasd over omdat ik zelf het gevoel had dat ik al zo goed luisterde. Iemand gewoon laten vertellen is oké, maar zelfs meer vragen stellen komt kennelijk beter over. En ook het noteren was dus belangrijk, terwijl we min of meer opgeleid waren om zo min mogelijk op te schrijven. Bovendien begonnen de computers te komen, zodat meer aandacht ging naar het toetsenbord en het scherm in plaats van het aankijken van de patiënt……… 
  1. Omdat er zoveel verschillende homeopathische middelen zijn, met alle een ander beeld (ook qua karakter), begon ik steeds meer in te zien dat niemand gelijk is. In de geneeskunde is het zo dat een beleid ten aanzien van een aandoening voor iedereen hetzelfde is, maar homeopathisch is dat allesbehalve waar. Iedereen heeft een andere combinatie van karakter en kwaal en ook de kwaal zelf is vaak anders, zoals pijn op andere momenten, andere uitstraling, andere momenten van verergering, andere behoeften, andere reacties, etc. En dat alles is belangrijk voor het bepalen van het juiste middel.
    Ik begon in te zien dat elke arts om te bepalen of iets normaal is vergelijkt met de gemiddelde andere mensen of met de eigen situatie. Met het eigen oordeel over wat normaal is. Als patiënt ben je bij de beoordeling dus min of meer afhankelijk van de eigen opinie en ervaring (en waarden en gedragingen) van de arts tegenover je. 

Ik ervoer dat bijvoorbeeld zelf toen ik in 2006 door de AO-verzekering naar een arbeidspsycholoog werd gestuurd. Deze man die weinig aan sport deed en niet nadacht over wat hij at en dronk, vond dat ik obsessief met mijn gezondheid bezig was omdat ik af en toe halve marathons liep/had gelopen, niet rookte, weinig alcohol dronk en nadacht over minder vlees eten. Volslagen belachelijk, maar het was zijn opinie op basis van zijn eigen leven. (Jammer dat zijn mening toen richting verzekering wel werd gebruikt in mijn nadeel). En ik was altijd al bezig met hoe ik mensen aan een betere gezondheid kon helpen, dus was me heel bewust t.a.v. vele facetten van het leven. 

Zo werd mijn voorganger bijvoorbeeld woedend als iemand naar een alternatief genezer/arts was geweest, hij kon je de spreekkamer uitsturen/ uitschelden. Dat accepteerde hij niet. Het strookte niet met wat hij normaal vond. 

Ooit kreeg ik iemand voor homeopathie die bij de eigen huisarts geen gehoor kreeg t.a.v. zijn impotentie. De man was 55 en de huisarts zei dat dat normaal was voor zijn leeftijd – de huisarts was omstreeks die leeftijd. Ik besefte dat het vooral iets zei over de huisarts (en zijn potentie).
Of iemand van tegen de 70 die halve marathons liep en in korte tijd niet meer in staat was zich langere tijd in te spannen die te horen kreeg dat dat normaal was voor de leeftijd. Onzin natuurlijk als je tot voor kort wel in staat was je intensief in te spannen. Voor de gemiddelde persoon kan het waar zijn, niet voor een zo sportief iemand.

En dat geeft precies aan waarom dat inzicht zo belangrijk was wat ik kreeg. Je kunt mensen niet vergelijken met het gemiddelde en op basis daarvan bepalen of iets normaal is of niet. Je kunt mensen niet vergelijken met jezelf en op basis daarvan bepalen of iets normaal is.

Maar goed, wat ik vooral dus ook leerde, is dat iedereen anders is. Dat je geen twee mensen met elkaar kunt vergelijken. We zien dat nu ook in het corona-tijdperk: iedereen reageert anders op het virus en op de maatregelen qua emoties en gedrag. En dat is dus normaal. 

Op het moment dat ik dit schrijf had een van ons gisteren 2x een kortdurende botsing met de kinderen (dertigers). De eerste keer bleek de boosheid van het kind niets te maken te hebben met waar het over ging, maar was de oorzaak de angst voor corona en het mogelijk ontmoeten van andere mensen. De tweede keer had het ook niets te maken met wat er gebeurde, maar had het te maken met de angst van (nota bene) iemand anders die eisen had gesteld uit angst voor corona, waar hij rekening mee wilde houden en wat maakte dat hij in paniek raakte toen wij niet snel genoeg weg gingen.

Maar het geldt voor iedereen en bij alle mogelijke omstandigheden: mensen reageren heel verschillend op situaties of ziekte. Mensen hebben ogenschijnlijk soms gelijkende karaktertrekken, maar als je het goed bekijkt, zijn er toch aanzienlijk verschillen. De een reageert snel boos omdat ie snel aangebrand is, de ander kan boos reageren omdat er angst achter zit. De een loopt rood aan, een ander begint te vloeken, een ander neigt te gaan slaan of gooien en weer een ander klapt volledig dicht. En weer een ander begint ter zelfverdediging de ander van alles te verwijten.

Ik leerde zo dat niet alleen iedereen een ander middel behoefde om weer in balans te komen en het lichaam weer in balans te brengen en te helen. Maar ik leerde ook dat iedereen qua karakter anders in elkaar zat, wat maakte dat ik snel veel beter kon omgaan met mensen waar ik voorheen moeite mee had (en tegelijkertijd was ik bezig te bedenken welk middel bij die persoon paste – ook al hoefde ik dat niet te geven).

Maar wat het me bovenal leerde, is dat ik veel minder snel een oordeel had over mensen. Dat ik niet meer bezig was met iets te vinden van bepaald gedrag, tenzij het uiteraard alle spuigaten uitliep. Iedereen is zoals ie is en mag zijn zoals ie is, mits er respect is voor de ander.

Dat geldt – even een zijsprongetje – ook voor het uiten van een mening naar mijn idee. Iedereen mag z’n eigen mening hebben, maar wel met respect voor de ander. Als vrijheid van meningsuiting betekent dat je iedereen maar mag beledigen en uitschelden, dan gaan we voorbij aan het respect en wordt die vrijheid van de verwijter een onvrijheid voor anderen. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Inzichten 1 

In het leven kom je wel eens momenten tegen dat je denkt ‘verrek, zit het zo?’. Of dat je ineens iets begrijpt wat je al jaren geleden hebt aangenomen als waar en waarvan je nu pas inziet waarom dat zo is, of waarom het helemaal niet zo is.

Een van die momenten voor mij was toen ik al een aantal jaren huisarts was. Mijn onze waarneemgroep (de groep artsen die in het weekend en met de feestdagen voor elkaar waarnam, de diensten verdeelden) hadden we eens per maand een vergadering met partners erbij. Combinatie van ‘gezellig’ en ‘werk’ dus. En regelmatig vertelde dan iemand over een (vaak medisch) onderwerp of over een hobby. Het onderwerp was vrij.

Ik bedacht me zomaar opeens dat ik wat wilde vertellen over een onderwerp waar we nauwelijks iets van wisten, maar wat misschien toch wel belangrijk zou kunnen zijn. Vitamines en mineralen. Ja, je leest het goed: daar weten we als artsen nauwelijks wat van na de opleiding. En ook daarna worden we daar niet in bijgeschoold. De bijscholing gaat over dingen waar de industrie bij betrokken is (belang bij heeft).

Dus ik schafte het boekje van Gert Schuitemaker aan over vitaminen en mineralen, het ‘Gouden boekje voor de Gezondheid’. De titel vond ik interessant, en ik hoopte er iets aan te hebben voor mijn ‘voordracht'. Al vrij snel was ik met enige stomheid geslagen over dingen die ik las en die ik niet wist. Dingen die voor elke arts van groot belang konden zijn om hun patiënten gezond te krijgen en houden. Vaak ook dingen waarvoor je gewoon vitamines en/of mineralen kon adviseren en waar ik nu chemische middelen gaf, terwijl de oorzaak dus een tekort aan vitamine of mineraal was. Of een combinatie ervan. 

Ik las met steeds meer enthousiasme (en verbazing) het boekje door, maakte een opzet van wat ik zou willen vertellen, en een samenvatting om uit te delen aan mijn collega’s.

Mijn grootste verbazing was nog wel dat sommige klachten die een gevolg zijn van een tekort aan een mineraal of vitamine door ons artsen totaal niet als zodanig worden herkend, en dat wij dan maar een zogenaamd geneesmiddel voorschrijven wat absoluut niet geneest (het tekort blijft bestaan en wordt zelfs groter), en wat in potentie vergif voor het lichaam is. En we durven ons ‘geneesheer’ te noemen. Ik begon nog meer te twijfelen aan wat ik aan het doen was in de praktijk (ik was al homeopathie gaan bestuderen uit onvrede).  

Ook besloot ik om een vragenlijst te maken in de vorm van multiple choice. Want ergens dacht ik dat mijn meer ervaren intelligente collega’s er misschien meer van af zouden weten dan ik. Of in elk geval mijn antroposofische collega’s die dichter bij de natuur stonden. Ik was nogal gaan twijfelen aan mijn kennis door dit boekje te lezen. 

Gelukkig (voor mijn ego) en tegelijkertijd helaas (voor de patiënten) vulden mijn collega’s de vragenlijst nog slechter in dan ik het gedaan zou hebben. Zij wisten er dus niet meer vanaf dan ik….

Ook mijn collega’s waren verbaasd over wat ze allemaal niet wisten. Maar raar genoeg merkte ik niet dat iemand het een gemis van de opleiding vond. Ze waren allemaal langer huisarts dan ik en ik vroeg me af of het kwam door de tijd, en dat ze niet anders meer wisten dan dat het normaal was dat je als arts alleen chemische middelen voorschreef. Hoewel de antroposofen toch veel natuurlijker en ook gepotentieerde middelen gebruikten. Misschien dus zo gewend aan het huidige beleid dat er niet meer aan getwijfeld werd?

Enkelen gaven aan dat ze blij waren met de samenvatting, omdat ze dit zeker nog een paar keer de komende tijd moesten doorlezen om er misschien iets mee te kunnen in de praktijk. Om het een beetje te kunnen onthouden. 
Van mijn collega’s heb ik er daarna niets meer over gehoord, maar voor mijzelf was er een soort deur opengegaan. Vanaf dat moment las ik vaker over vitamines en mineralen en onderzoek daarnaar. En keer op keer was ik verbaasd over de arrogantie of het negeren van de reguliere geneeskunde van deze kennis.

De afgelopen jaren hebben we zelfs gezien dat de reguliere geneeskunde (lees: de farmaceutische industrie) met (on)wetenschappelijk kunst en vliegwerk zogenaamde meta-analyses deed om daarmee beweringen of groepen vitamines of andere geneesmiddelen weg te zetten als onzin. Dat gebeurde met de anti-oxidanten die zo belangrijk zijn om onder andere veroudering en (ook kwaadaardige) verandering van cellen tegen te gaan. Dat gebeurde met glucosamine wat het kraakbeen kon verbeteren. Dat gebeurde met homeopathie. En vorig jaar gebeurde het met het ‘bewijzen’ dat vaccins geen autisme zouden veroorzaken. Stuk voor stuk voorbeelden van creatief en frauderend gegoochel met feiten en cijfers om iets opzij te zetten zodat er niet meer over gepraat wordt in de medische wereld.

Natuurlijk heb ik me vaak afgevraagd hoe dit kan. Hoe het komt dat artsen dit allemaal slikken en ogenschijnlijk klakkeloos en kritiekloos accepteren als waarheid en er niet tegen ageren. Waarom artsen zo ver van de natuur af staan, terwijl wij als mens onderdeel van die natuur zijn en de natuurwetten ook op ons functioneren van toepassing zijn. Ik kan heel veel ideeën bedenken, en misschien is het wel een combinatie ervan.

Zelf heb ik me altijd als leerling opgesteld, altijd weer bereid te leren en te groeien door wat ik aan nieuwe informatie ontving. Daarbij altijd wel kritisch kijkend naar het nut en de waarde van het nieuwe. En evenzo heb ik me altijd verbaasd over het gebrek aan bereidheid van veel artsen om ook maar enigszins te twijfelen aan wat ze deden. Zelfs al de overweging dat iets anders zou kunnen was vaak al te veel om te overwegen.

Arts zijn is een lastig en veeleisend beroep, omdat het over mensen en soms mensenlevens gaat. Maar wat ik bij te veel artsen mis is de wens echt mensen te willen genezen, te willen helen, gezonder te willen maken. En dat als prioriteit te hebben. Echt genezen.
Want een pil geven zodat je een klacht niet meer ervaart is niet ‘gezonder maken’, laat staan ‘gezond maken’.

Het inzicht wat het mij desondanks gaf – deze geschiedenis met het boekje voor de gezondheid – was dat ik sedertdien meer open ben gaan staan voor andere benaderingen, voor andere opties, andere mogelijkheden. Ik zag hoe bekrompen de medische wereld in het reguliere kamp was (waar ik middenin zat), en wilde niet ook zo bekrompen worden. Sterker noch, ik voelde me met de dag – zo handelend – steeds meer een kwakzalver worden……

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Heel interessant is wat er gebeurt nu iedereen in de ban is van of wordt gehouden door het corona-virus. 

Artsen gaan zich zorgen maken over het wegblijven van patiënten. 

Nu weten we van vroeger periodes als artsen niet konden werken of staakten, dat er sowieso minder mensen dood gingen. Niemand heeft zich ooit afgevraagd hoe dat kwam, maar het feit blijft. 

Als ik terugdenk aan mijn periode op de EHBO tijdens mijn opleiding schat ik in dat zo'n 90% van de mensen die daar kwamen met het idee dat ze een hartinfarct hadden, omdat ze pijn op de borst hadden, geen hartinfarct had maar meestal hyperventileerde. Ik wil niet zeggen dat die 90% voor niets kwam, maar er was in elk geval niets ernstigs aan de hand. 
Daarnaast kwamen ook veel mensen met blessures t.g.v. ongevalletjes uiteindelijk slechts horen dat het een kneuzing of verstuiking was en dat het 'vanzelf' weer overging. 

Bovendien, er wordt nu veel minder gesport en er is veel minder verkeer. Dus er zijn ook veel minder letsels.

Als ik kijk naar de huisartsenpraktijk kwam het grootste deel van de mensen met klachten die vanzelf ook wel over waren gegaan. En een niet onbelangrijk deel van de mensen kwam voor controles die net zo goed minder vaak zouden kunnnen. En weer een ander deel kwam vooral voor herhalingsrecepten, waarbij ik zelf graag controle wilde uitoefenen. Deze 3 categorieën van mensen waren verreweg het grootste deel van de bevolking van het spreekuur, en konden op zich net zo goed wegblijven over een langere periode. De herhaalrecepten konden immers per telefoon (of tegenwoordig mail). Blijft over de enkeling die nu iets heftigs heeft (wat dan ook vaak niet iets ernstigs blijkt te zijn).

Daarnaast weet ik van mijn co-schappen verloskunde dat in weersomstandigheden die niet lekker waren baby's ineens besloten langer te blijven zitten. In die omstandigheden waren er ineens geen bevallingen. We zien dus dat het lichaam zich op de een of andere manier soms aanpast aan omstandigheden.

In vraag me daarom af of de artsen die zich nu zorgen maken dat patiënten wegblijven en denken dat dat voor de patiënten niet goed is (ik hoorde al kankerartsen beweren dat dit 5-10 jaar effecten zou hebben), niet hun gedachten zouden moeten omkeren en zich afvragen hoe het komt dat patiënten ze nu minder hard nodig hebben. En of het juist niet iets goeds is. 

En misschien zouden artsen ook eens na moeten gaan denken over een andere aanpak van de gezondheidsklachten, zodat mensen niet bij elke klacht tot chronisch patiënt worden gemaakt, maar dat een ziekteproces wordt opgelost in plaats van weggestopt achter pillen. Nadenken over echt 'helen' in plaats van symptomen bestrijden

Als nu al meer dan 60% van de mensen chronische klachten heeft, en we zien dat cijfers over Corona uit Italië wijzen op 99% van de mensen op de IC met onderliggende kwalen (lees chronische ziekte), en hier blijkt dat meer dan 80% van de mensen op de IC overgewicht heeft, wordt het dan niet eens tijd dat artsen wakker worden? 
Dat ze zich gaan afvragen wat voor 'geneeskunde' ze bedrijven, waardoor al die chronische klachten ontstaan en/of voortduren? 

Want hoe normaal is het dat de spreekuren vol zitten, soms dagen tevoren al? Dat hoort toch niet? Mensen horen gezond te zijn. Raar dat artsen zich dus zorgen maken dat er nu geen mensen op het spreekuur komen. Zo zou het moeten als de geneeskunde een geneeskunde was, een kunst die mensen heelde. 

Samuel Hahnemann ('grondlegger' van de homeopathie): "De hoogste roeping van een arts, zijn enige roeping, is zieke mensen gezond maken - helen, zoals dat wordt genoemd". 

Ik sluit me bij Hahnemann aan. 

P.S. Misschien klinkt het veroordelend wat ik hierboven schrijf.
Maar ik heb altijd gevonden dat ik als arts mensen moest beter maken en niet tot chronisch patiënt maken. Daarom heb ik ook altijd gezocht naar een betere vorm van geneeskunde, en ben ik ervan overtuigd dat als artsen van verschillende geneeswijzen zouden samenwerken - met als doelstelling een optimale gezondheid van hun patiënt - dat het voor de patiënt het beste zou zijn.

Maar ik ben ook door schade en schande wijs geworden: dat zit er voorlopig niet in. De reguliere artsen zijn min of meer gehersenspoeld en lopen onbewust aan de hand van de farmaceutische industrie, en hebben geen oog voor 'alternatieven', ze denken dat het niet beter kan dan wat zij doen. Want 'we hebben zo'n fantastische geneeskunde'. 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Volgens de filosoof en historicus Yuval Harari – een van de vele mensen die vandaag de dag in de media dingen mogen roepen over de huidige corona-crisis – betalen we de prijs van het weinige vertrouwen wat we in de wetenschap zouden hebben.

De eerste vraag die bij me opkwam was ‘welke wetenschap?

Want er bestaat helemaal niet ‘een’ wetenschap. Zoals met alles in de wereld zijn er vele wetenschappelijke richtingen en koestert elke onderdeel van die wetenschap de eigen bevindingen en zijn ze deels blind voor wat andere takken vinden, zelfs als het op hun gebied is.

Voorbeeld is natuurlijk de geneeskunde die in deze crisis met de rug tegen de muur staat, omdat ze niet weten wat ze ermee moeten. Daarom ligt ook de hele economie op z’n gat. Terwijl de wetenschap (universitaire dubbelblinde onderzoeken) heel veel weet over vitamine C en vitamine D en het effect op wat er nu met de longen gebeurde en het effect op de weerstand en het effect op zelfs vermindering van kans op kankers, schudt de andere wetenschap (reguliere geneeskunde) al die kennis van zich af als ‘onzin’.

Dus over welke wetenschap hebben we het dan waar we meer vertrouwen in moeten hebben?

De oude wetenschap waar de reguliere geneeskunde op gebaseerd is, of de moderne wetenschap waar blijkt dat we veel meer met onze eigen mind kunnen en we veel minder afhankelijk zijn van de farmaceutische industrie. Dat onze stemming, onze mindset, veel meer impact heeft in de positieve zin dan wat dan ook.

De oude reguliere wetenschap, of de nieuwere waarbij blijkt dat ons microbioom door de producten van die oude wetenschap steeds meer wordt verknoeid waardoor steeds meer kans op chronische ziekten ontstaat. Nog meer chronische ziekten…

De wetenschap die beweert dat de 5G netwerken geen kwaad kunnen voor onze gezondheid of de wetenschappers die hetzelfde vak kozen en die vertellen dat de 5G onze gezondheid flink gaat schaden? En is het toeval dat de corona-pandemie het hardst toesloeg waar de meeste 5G al is uitgerold? Terwijl nu ‘corona’ wordt gebruikt om het nog sneller uit te rollen, zodat we overal te volgen zijn, en eventuele apps overal kunnen werken.
Natuurlijk is het onzin dat ‘corona’ door 5G is veroorzaakt, en werkt het in brand steken van antennemasten averechts en is dat pure criminaliteit, maar ik ben geen fan van 5G.

De wetenschap die de vaccins ontwikkelt en ontwikkelde, zonder daar enige verantwoording over af te hoeven leggen, waarvan nu ook blijkt dat er nooit echt goed onderzoek naar de veiligheid ervan gedaan is, terwijl het aantal ongezonde kinderen in groot tempo toeneemt.
Overigens zijn die vaccins destijds ook doorgevoerd op basis van angst. Angst voor ziekte, angst voor mogelijke dood. Terwijl het eigenlijk al niet echt meer nodig was door het natuurlijk verloop. Op basis van diezelfde angst zijn de fabrikanten gevrijwaard voor elke aansprakelijkheid. Angst in dit geval van overheden op basis van de dreiging van de fabrikanten dat ze geen vaccins zouden maken als ze niet gevrijwaard werden. Vaccins tegen epidemieën bijvoorbeeld.  

Zoiets dreigt nu weer. De angst en onmacht is zo groot bij politici en de medische wereld, dat elk vaccin straks omarmd gaat worden en misschien zelfs wel verplicht gaat worden, terwijl er nooit voldoende onderzoek naar de veiligheid kan zijn geweest. En als er nadelen (zichtbaar) zijn, zullen de firma’s er niet op worden aangesproken.

Het enge van de grote hoeveelheid producten die we tegenwoordig tot ons nemen, op welke manier dan ook (inademen, via de huid, via voedsel, via drinken, etc.) is dat ze sluipend in ons systeem komen, ons sluipend vergiftigen of ongezonder maken. Sluipend in de zin van langzaam en onzichtbaar.

Het ondermijnt ons afweersysteem stapje voor stapje, leidt tot de chronische ziekten (incl. kankers) die – zoals nu overduidelijk bleek – ons vatbaarder maken voor ernstige ziekte. (Zoals ook medicatie dat bleek te doen, zoals o.a. sommige bloeddrukverlagers).

Vaccins roepen op een onnatuurlijke manier een reactie op van ons afweersysteem (tegenwoordig vaak met extra stoffen erbij om dat te laten gebeuren, de ziekteverwekker alleen is niet voldoende meer), wat daardoor ook op een onnatuurlijker manier (gerichter maar minder breed) reageert.
Zo bleek uit onderzoek van een paar jaar geleden dat mensen die de griepprik hadden gehad nu gevoeliger voor ‘corona’ zouden zijn.

Dus, ja, een vaccin beschermt misschien wel (ook niet volledig) tegen het krijgen van ‘corona’, maar tegen welke prijs? Wat betalen we er qua gezondheid op termijn voor? En bij hoeveel mensen zal het niet juist een periode tot klachten leiden terwijl ze anders niet ziek waren geworden?

Er zijn zoveel vragen. En zolang elk stukje wetenschap op een eigen eilandje zit en er geen bereidheid is om geneeswijzen en wetenschappelijke onderzoeken en bevindingen te integreren en er samen het beste uit te halen in het belang van de mens, of van de patiënt, vraag ik me af wat er wordt bedoeld met ‘we betalen de prijs van weinig vertrouwen in de wetenschap’. Voor mij is het een loze kreet.

Want ons overgeven aan een stukje wetenschap en het andere stukje wat er qua meningen en onderzoeken haaks op staat verwerpen zal ons van de wal in de sloot doen belanden.

Universiteiten op het gebied van vitamines en mineralen doen aan de lopende band onderzoek, orthomoleculaire artsen putten daar hun kennis uit om de bouwstenen van ons lichaam (de cellen) zo gezond mogelijk te krijgen. Daar komen fantastische dingen uit voor onze gezondheid.
Maar de universiteiten op gebied van reguliere geneeskunde doen (veelal met geld van de industrie en in opdracht van die industrie) onderzoek naar chemische stoffen die klachten verminderen. En als ze al iets over vitamines en mineralen tegenkomen, doen ze hun best om dat te bagatelliseren of zelfs met kunst en vliegwerk naar de prullenmand te verwijzen.

We hebben zelfs gezien hoe de overheid meegaat in dat spel en vertelt dat het extra nemen van vitamine D en C geen zin heeft. Lijnrecht in tegenspraak met wat er wetenschappelijk aangetoond is, niet een keer maar telkens weer.

Dus hoezo geen vertrouwen in de wetenschap? Ik heb heel veel vertrouwen in de wetenschap. Alleen niet in die wetenschap die niet in staat is mijn lichaam te genezen en in plaats daarvan klachten met chemische en potentieel giftige middelen wegmoffelt. Ik ga voor een wetenschap die zich bezighoudt met mensen gezonder maken in plaats van chronisch ziek.

En van al die zaken als vaccins, chemische ‘genees’middelen, 5G, etc. kun je je afvragen of het leidt tot een betere of een slechtere gezondheid. Dat is geen kwestie van weinig vertrouwen, maar van gezond verstand.

Ik blijf zeggen dat ik het liefst zou zien dat artsen gezondheid op de eerste plaats zouden zetten (en hun ego’s en doctrines opzij zouden zetten) en daarom bereid zouden zijn om de verschillende geneeswijzen samen te voegen, te integreren, zodat we het echt over genezen gaan hebben. Zodat we echt met gezondheid in plaats van met ziekte bezig gaan zijn.

Het integreren van wetenschappelijke takken ter bevordering van gezondheid en geluk.
Hoe mooi zou dat zijn?

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Mark Divine schreef dit jaar een boek genaamd "Staring Down the Wolf"

De titel van zijn boek verwijst naar een verhaal van de Native Amerikanen, waarbij er twee wolven in het lichaam van mensen zitten. De ene wolf ('angstwolf') is een negatieve wolf, die opereert door angst, honger heeft naar catastrofe en drama, en voortdurende negatieve zelfpraat heeft. De andere wolf ('moedige wolf') is een positieve en is gezeteld in het hart, Deze houdt van liefde en verbinding, is niet verslaafd aan drama en is optimistisch en gericht op anderen.

De angstwolf vecht om je aandacht en eist dominantie. De moedige wolf vraagt slechts opgemerkt te worden en zoekt naar dingen die de eigenwaarde verbeteren.
Volgens het verhaal is de wolf die uiteindelijk wint, die je controleert, de wolf die je het meeste voedt.....

We leven in een tijd waar ook in ons 'lichaam'' die twee wolven een strijd voeren
De ene wolf wil dat we alle media volgen, exact op de hoogte zijn van alles wat overal te vinden is over Corona. En dat we de actualiteitenrubrieken bekijken, alle sensatieverhalen opslokken, ons bang maken over wat ons te wachten staat, ons als slachtoffer opstellen, bezig zijn met alle ellende en tragedie op onze wereld. 

Als gevolg van die activiteit overheerst ons sympathische zenuwstelsel - ons vecht/vlucht systeem - vrijwel de volle 24 uur. Dat zorgt voor een verslechtering van ons immuunsysteem. Het maakt ons kwetsbaarder. Bovendien komt het lichaam niet toe aan herstel en opbouw. Het put ons uit. 
Enerzijds is de afname van de weerstand meetbaar, anderzijds weten we via de moderne wetenschap dat ook de trillingsfrequentie van onze emoties en stemming belangrijk is. Lagere frequenties zoals angst, bezorgdheid, boosheid, onzekerheid, bedreigd gevoel, etc. zorgen voor een slechtere gezondheid en een grotere kans op ziekte en zelfs zaken als kanker. 

Anderzijds is het zo dat hogere frequenties als liefde, geluk, vrede, tevredenheid, blijheid, dankbaarheid e.d. zorgen voor een betere gezondheid en zelfs verkeerde cellen kunnen onder invloed van die trillingen herstellen. En daar komen we de 'moedige' wolf tegen, die zorgt voor meer eigenwaarde, voor liefde, voor meer rust. Als de moedige wolf meer aandacht krijgt, overheerst het parasympatisch zenuwstelsel. En dat zorgt voor herstel, voor regeneratie, voor genezing. 

Alle aandacht die in de media en social media nu wordt gegeven aan alle ellende over de hele wereld en alle sensatieverhalen die er getoond en verteld worden, voeden de angstwolf en daarmee onze ongezondheid. Je zou kunnen zeggen dat het ons kwetsbaarder maakt voor het corona-virus. 

De les: zorg dat je met andere dingen bezig bent dan Corona. Laat de media en social media zoveel mogelijk links liggen en wees bezig met leuke dingen, opbeurende dingen, dingen die je hart voeden, die je blij en gelukkig maken, die je rust geven. 

Een soortgelijke benadering, maar anders geformuleerd is die van de stoïcijnen. Die stellen dat er twee verschillende soorten situaties zijn. Situaties die je kunt beïnvloeden en situaties die je niet kunt beïnvloeden. 
En waar je mee bezig moet zijn zijn situaties die je kunt beïnvloeden. Die andere situaties kun je niets mee en daar moet je niet mee bezig zijn, die moet je jezelf niet laten beïnvloeden. Het is zonde van je tijd en zonde van je energie.

Hoe dan ook, de conclusie is hetzelfde. Wat we kunnen doen is vaker de handen wassen, zoveel mogelijk thuis blijven en afstand houden van elkaar. Verder kunnen we zorgen voor goede voeding en goede nachtrust. En wat we moeten vermijden zijn zaken als suikers en koolhydraatrijke producten, verkeerde vetten, roken en alcohol. Dat is waarmee we bezig kunnen zijn, omdat dat ook nut heeft, en maakt dat we wat in de melk te brokkelen hebben. Zoals ook veel mensen initiatieven ontwikkelen om anderen te helpen. Dat is allemaal het terrein van de 'moedige wolf'.

Daarnaast gebeuren er heel veel dingen waar we geen invloed op hebben. En door ons eraan te vergapen is de invloed die we op onszelf laten uitoefenen negatief. Dus moeten we er niet mee bezig zijn. Het is niet iets voor ons. Het is de 'angstwolf' die wil dat we ermee bezig zijn.

Ik spreek regelmatig mensen die helemaal ontwricht en angstig zijn door alles wat op de media wordt gezegd en getoond. Ik vind het verschrikkelijk als ik mensen zo beïnvloed zie zijn, zo slachtoffer gemaakt zie zijn, van alle op zich nutteloze en sensationele informatie in de (ook social) media.

Zelf neem ik die informatie af en toe ook tot me, maar op die stoïcijnse manier. Kan ik er wat mee? Oké. Kan ik er niets mee? Dan is het niet voor mij. En in dat laatste geval laat ik dus ook mijn humeur en emotie er niet door beïnvloeden. 

Als ik erin duik, wat niet zo moeilijk is als (rustend) arts, is het hartverscheurend wat er op IC's gebeurt. En als er straks te weinig bedden blijken te zijn omdat de overheid zich aan verkeerde voorspellingen vast heeft gehouden, is het nog vreselijker als mensen niet eens op de IC zouden kunnen belanden. Maar kan ik er iets mee? Nee! Helmaal niets.
Het is informatie die voor mij als toehoorder/kijker eigenlijk nutteloos is. Balast waar niemand anders dan mensen die werken op dat gebied iets aan heeft. Dus zoek ik die informatie niet op en als ik het zie/hoor denk ik 'ja, erg'. 

Maar tegelijkertijd besluit ik om mijn angstwolf niet te voeden. De titel van het boek zou je vrij kunnen vertalen door 'het negeren van de wolf' en natuurlijk wordt dan de angstwolf bedoeld. Ik weet dat het voor mijn stemming en gezondheid beter is om de 'moedige wolf' te voeden en in leven te houden. En daarom geef ik die 'angstwolf' zo weinig te eten dat de 'moedige wolf' het grootste deel van de 24 uur overheerst.
Ik hou van mijn 'moedige wolf' en ik weet dat ie van mij houdt..........

Zorg goed voor jouw 'moedige wolf' en geef de 'angstwolf' zo weinig mogelijk voeding......

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn