sil

Mijn eerste kennismaking met silicea in de huisartsenpraktijk (1982) was bij een vrouw van middelbare leeftijd, die het kreeg in de vorm van een complexmiddel. Een middel met als hoofdmiddel silicea. Ze had dat ooit voorgeschreven gekregen van een homeopathisch arts, en – ik weet niet meer of ze verhuisd was of dat ze al in de praktijk zat – dat werd nu door de huisarts voorgeschreven. Hoewel mijn voorganger niets van dat alles moest hebben, had hij dat toch steeds gedaan. Zo dwingend bleek deze vrouw te zijn.

Ze kreeg dat omdat ze hernia klachten had, en omdat silicea het steunweefsel, het bindweefsel, kan versterken. Ik wist dat toen niet, en ik begreep toen ook niet waarom ze het kreeg.
Maar in de stam en stengels van planten zit veel silicea, vooral in grassen, varens, palmen en bamboe, om er een paar te noemen. Buigzaam en elastisch. 50% van de aardkorst, de ‘huid’ van onze aarde, bestaat uit kiezelzuurverbindingen. Bij ons vind je het ook veel terug in de huid, de nagels, de haren, de kapsels om gewrichten en de kapsels om organen. Belangrijk voor steun, buigzaamheid en weerstand.

De genoemde vrouw was ervan overtuigd dat zij haar klachten de baas kon door dit complexje. Hoewel ik het niet snapte, wie was ik om haar tegen te spreken?

Typerend voor het type wat silicea behoeft is vaak dat ze tenger zijn, en kouwelijk. Een beetje mager. Het haar is verfijnd en lichtkleurig, zandkleurig soms. Vaak zijn het concentratievermogen en geheugen niet zo goed. Mentale inspanning kan leiden tot uitputting. De stabiliteit is niet groot en het zelfvertrouwen klein. Het gedag is daardoor vaak timide. Ze zijn precies en nauwgezet. En ze kunnen behoorlijk koppig en volhardend zijn, dwingend. Troost wordt niet geaccepteerd, in elk geval niet als het te openlijk wordt gegeven. Het kouwelijke brengt dikke truien en wollen mutsen met zich mee.
In duidelijke situaties is de huid slecht genezend en zijn er vaak ontstekingen, abcessen of steenpuisten. Lymfeklieren zijn vaak opgezet en ze zweten veel.

Ik heb het vaak gegeven, maar vaker op het totaal aan klachten waarbij het mentale beeld redelijk overeen kwam dan dat ik het direct op het type wist te geven. En vooral bij kinderen. Maar ja, die zijn ook in de groei en hebben voor de groei van de bindweefsels kiezelzuur nodig, dus misschien is dat logisch.

Toch schiet me als eerste een volwassen persoon te binnen. Een tengere man, licht haar, verfijnd uiterlijk. Een beetje als een dood vogeltje voor me. Weinig zelfvertrouwen en eigenwaarde, vaak ziek, kouwelijk. Heel snel moe, vooral bij mentale inspanning, hoewel ook lichamelijke inspanning niet echt zijn ding (meer) was. Hij vertelde wel heel precies en geordend te zijn.

Tijdens het consult moest ik al aan silicea denken. Dat had ik wel vaker, dat ik aan een middel dacht tijdens het consult. Maar ik nam daarna altijd de casus mee en bekeek die een paar dagen later uitvoeriger en ging dan met behulp van een computerprogramma kijken welk middel het meest in aanmerking kwam. Vaak gaf ik dan toch een ander middel (wat overigens vaak niet juist was – dan kwam ik toch uit bij het middel waaraan ik tijdens het consult had gedacht. Maar de perfectionist in mij geloofde minder in dat gevoel dan in de meer rationele uitwerking).
In dit geval gaf ik wel silicea. En ik gaf het in hoge potentie, omdat ik er zo zeker van was, wat ik een beetje eng vond, omdat er nog wel eens een stevig reactie werd beschreven.

Bij terugkomst bleek de persoon ook 2 dagen flinke hoofdpijn te hebben gehad.
(dat zie je wel vaker na een homeopathisch middel, zelden zo lang overigens, en heeft waarschijnlijk te maken met correcties in het lichaam en ontgifting – afval-stoffen in het bloed kunnen hoofdpijn geven. Denk maar aan een kater, of als je niet zo verstandig gegeten hebt, of te weinig gedronken).
Maar hij voelde zich al een stuk beter. Had het minder koud (terwijl het weer niet anders was), en was minder moe.

Ik besloot af te wachten en niet te herhalen, ook al niet door die hoofdpijn de eerste keer. Het volgende consult zat er een andere man voor me. Helder uit de ogen kijkend, niet meer het dode vogeltje, maar geheel aanwezig. Hij voelde zich krachtig, als herboren. Hij kon er niet bij dat dit allemaal kon door dat ene korreltje. Ik ook niet. Maar het was een feit.
Hij was niet meer ziek, had het niet meer te koud, was oké. Hij vertelde dat hij nu door collega’s bij dingen werd betrokken en dat er om zijn mening werd gevraagd. Dat kende hij niet, dat deden ze tevoren niet.

Maar ik vond het niet zo gek. Een ziek, zwak vogeltje laat je met rust.

[Ook hier geldt dat je dit nooit zelf moet gaan behandelen, ook al lijken veel dingen op mijn verhaal of verhalen. Als je een homeopathische behandeling wenst, laat je dan behandelen door iemand die ervoor opgeleid is!]

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn