Potenties en potentiëring

De kracht van homeopathische middelen zit in het potentiëren. Potentiëren is het proces van verdunnen en tegelijkertijd krachtig schudden.
Het speciale in dit geval is, dat juist dat potentiëren een niet helemaal begrepen iets is. Zeker niet voor mensen die in alleen materie denken.

Eerst even over het potentiëren. Dat kan in verschillende verdunningen, zoals telkens 1:10 of telkens 1:100 of zelfs stappen van 1:50.000.  Neem als voorbeeld de stappen van 1:10. De eerste potentiëring heet dan D1 (D=decimaal): er wordt 1 op 10 verdund, en stevig geschud. Dat schudden moet voldoen aan duidelijk omschreven kenmerken. De volgende stap wordt D2 (weer 1:10 verdund en geschud), dan volgen D3, D4, etc tot wel D1000 en D10.000.
Op het plaatje wordt gepotentieerd in stappen van 1:00 (C is van 100), dus 1C of C1, 2C of C2, etc.
Om je een idee te geven, een D3 is dus een duizendste verdunning van de oorspronkelijke stof. Een D6 is al een miljoenste verdunning (0,000001). En een D1000 heeft dus 1000 nullen achter de komma.

De ervaring van de geroutineerde homeopaat is, dat juist de hogere potenties de krachtigste uitwerking hebben. Als ze tenminste op dat moment aangewezen zijn en goed gekozen zijn.
De wetenschap begrijpt hier niets van, omdat die alleen in materie denkt. En boven het getal van Avogadro zit er geen materie meer in. Wat werkzaam is, is dan ook niet de materie, maar de energie die wordt gecreëerd in het proces van potentiëring. En hoe vaker geschud en verdund, hoe krachtiger kennelijk die energie is.

De allereerste oplossing (als het een oplossing is en geen vaste stof – bijvoorbeeld een plantentinctuur) noemen we de oertinctuur. Bij sommige middelen is die bekender en wordt die vaker gebruikt dan de gepotentieerde vorm, zoals bijvoorbeeld bij echinacea (Echinaforce), of valeriaan, of passiflora.
Die oertincturen werken eigenlijk bij iedereen wel, bij de een beter dan bij de ander, maar bij iedereen komt het werkzame bestanddeel wel binnen. In dit geval is het dus de materie, en niet zozeer de energie!
Zo zullen lage potenties ook bij meer mensen iets doen dan de hogere, omdat het meer precisiewerk wordt naarmate de potenties hoger worden. Anderzijds zullen de hogere dus – mits goed gekozen – veel krachtiger werken.

Als voorbeeld kan een verdrietige traumatische ervaring die al jarenlang klachten veroorzaakt met één gift van Ignatia D1000 worden verholpen als dat het juiste middel bij de persoon en die situatie is.
Of kan een al jarenlang aanwezige ischias of zenuwpijn in een been met één gift van Causticum worden verholpen als dat het juiste middel bij de juiste persoon is.

Elke persoon en elke situatie is weer anders, en elke homeopaat heeft eigen ervaringen en deels eigen keuzes waar het betreft de keuze van potentie en frequentie. Het is maatwerk, waarbij heel veel kennis en ervaring komen kijken.

En in feite zijn de middelen gebaseerd op het principe dat ze de ziekte kunnen genezen die ze ook zouden kunnen veroorzaken. Er zijn duizenden boekwerken met ervaringen en data over de verschillende homeopathische middelen en/of de oorspronkelijke middelen. En sinds jaar en dag worden ook gegevens vanuit de praktijk verzameld om er telkens nog meer van te leren.

Een mooi voorbeeld van zo'n homepathisch middel wat we zowel uit de homeopathie als de gewone geneeskunde kennen is Arsenicum, maar ook Belladonna.
Ik zal daar de volgende keer op doorgaan

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn