Etiketjes

 Als arts-in-opleiding leerde ik heel veel diagnoses, en elke diagnose bestond uit een rijtje symptomen met een etiketje erop.
Uiteindelijk leerde ik dat bij etiketje A middel X kon worden gegeven, of er moest worden verwezen naar een specialist. En wat je vooral leerde is om te kijken of het niet iets ernstigs was, want dat was het eerste wat je wilde uitsluiten.

 Al in de beginjaren kreeg ik zo te maken met mensen die klachten hadden die op weke delen reuma leken te wijzen. Alleen, dat etiketje, die naam, was in verval aan het raken. Een nieuwe naam was in opkomst: fibromyalgie. De naam deed de klachten ook eer aan: het waren klachten van pijn aan de bindweefsels en spieren. Dat klopte op zich wel. Alleen, er was iets raars met die diagnose. Of liever gezegd met het etiket. Want terwijl ‘weke delen reuma’ een geaccepteerde diagnose was, lukte dat niet met fibromyalgie.

Er werd lacherig over gedaan (en nog werden er onlangs onder studenten in opleiding tot arts rare grappen over gemaakt) en sommige ‘artsen’ noemden het modeverschijnselen of een hype. Patiënten ermee werden niet echt serieus genomen.
Neemt niet weg dat ik patiënten had met die klachten, zonder afwijkingen in lab-testen, waardoor dat etiket op zich klopte. En waarvan ook fysiotherapeuten vonden dat dat etiket juist was. Maar ook die patiënten kregen van die rare meningen en berichten te lezen en te horen. Zij wilden dus helemaal niet dat etiket hebben.

En dan natuurlijk de verzekeringsartsen, een slag apart onder artsen. Zij vonden dat die mensen gewoon niets mankeerden. Een strijd die er nog regelmatig is. De meeste verzekeringsartsen zijn eigenlijk geen artsen maar verlengstukken van de verzekering die zo min mogelijk wil uitkeren. Ze weten wel degelijk dat je klachten hebt waarmee je niet kunt functioneren, maar in het belang van hun werkgever zeggen ze dat je niets mankeert, of in elk geval veel minder dan je echt hebt. Ik ben arts geworden om mensen te helpen, sommige artsen zijn dat geworden (of ernaar afgegleden) om een verzekering te helpen. Het is een andere insteek (en niet elke arts zal even erg zijn) waar ik eerlijk gezegd nogal moeite mee heb.

Maar goed terug naar de etiketjes en fibromyalgie. Als regulier huisarts was ik dus bij alle klachten van mensen op zoek naar een naam voor het beeld. Immers, als er geen etiketje op kon, had iemand niets. Neem al die mensen met vermoeidheid. Je deed labonderzoek en er kwam niets uit. Er was dus ‘niets’. Dat vertelde ik mensen dan ook – met een heel dubbel gevoel – ‘er is niets aan de hand’. “Wel, gelukkig, dank u dokter”.

Ik voelde me er nooit zo gelukkig mee, want die mensen waren niet voor niets bij me gekomen. Zelf had ik vroeger een huisarts die bijna alles als psychisch bestempelde. Alles waar hij gaan raad mee wist was ‘psychisch’ of ‘stress’. Zoals mijn voorganger iedereen vitamine B complex gaf als hij er geen etiketje op kon plakken. Mensen voelden zich dan gehoord kennelijk.

 Het was een verademing toen ik homeopathie ging studeren. In de homeopathie luister je naar het hele verhaal. Je wilt weten hoe iemand in elkaar zit en je wilt weten welke klachten er zijn. Op basis van al die gegevens kies je het middel. Dat is verre van gemakkelijk, maar wel een duidelijk beleid. Er hoeven geen etiketjes op anders dan die van het genezende middel. En dat was fijn, want regelmatig had ik mensen waarbij ik meerdere rijtjes kon maken, waarbij meerdere diagnoses zouden kunnen, ware het niet dat er altijd minstens een symptoom tekort was. Ze hadden net geen A of net geen B en zeker geen C, maar wat was het dan? Gewoon ‘iets’, maar zonder te voldoen aan een bestaand ziektebeeld.

En met de homeopathie kon ik gewoon iedereen behandelen en alle symptomen, alle klachten in hun waarde laten.
Het maakte niet uit hoe je in elkaar zat en welke klachten je had en hoe je ze presenteerde, ik moest gewoon zoeken naar het middel waar alles bij klopte. Bovendien is er in de homeopathie een soort hiërarchie. Sommige eigenschappen of klachten zijn belangrijker dan andere, tellen zwaarder in een afweging.

Hoe dan ook, ik vond homeopathie heerlijk. Domweg omdat elke klacht van de patiënt serieus werd genomen en werd meegenomen in de afwegingen. Terwijl dat regulier helemaal niet gebeurde. Soms had iemand 5 of 6 klachten en kon je eigenlijk met 4 niets, dus gaf je iets (pijnstiller of zo) op de 1-2 klachten waar je iets tegen kon doen. En dan dus vooral het bestrijden van de symptomen, de klachten, niet van de ziekte die erachter zat.

Etiketten, ik heb er een broertje dood aan. Want los van het feit dat etiketten nogal eens verkeerd worden geplakt, gaan nogal wat mensen gebukt onder een ooit geplakt etiket (juist of niet) en bovendien kan een etiket werken als een soort van brandmerk.

Al afsluiting een voorbeeldje. Een hypochonder is iemand die dingen erger voordoet dan ze zijn of altijd denkt iets ergers te hebben dan er is, of denkt iets te hebben als er niets is. Als een arts dus in zijn papieren zet dat iemand een hypochonder is, kan dat handig zijn voor collega’s omdat ze dan niet overdreven onderzoeken gaan doen als het niet nodig is, maar het kan ook zo zijn dat iedereen die die persoon later ziet denkt dat het een aansteller is.
Met alle gevolgen van dien. Ik heb mensen zo zien overlijden omdat niemand iets deed en iedereen dacht dat het aanstellerij was. Dat is het nadeel van etiketten.

Ik denk dat je altijd iets op het moment moet beoordelen, rekening houdend met zaken in het verleden, en natuurlijk mag je het beestje een naam geven als dat nuttig is.
Maar etiketjes horen toch eigenlijk meer op jampotjes.....

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn