Een beperkt aantal klachten 4

Kan het lastig zijn uit een heel scala aan klachten een diagnose (een rijtje symptomen behorende bij één etiket) te halen, nog lastiger wordt het als mensen maar één klacht hebben.

Als homeopathische arts zal je daar nooit een probleem mee hebben, omdat je als homeopathisch arts of als homeopathisch therapeut een ziektebeeld bij elkaar zoekt. En een ‘ziektebeeld’ is het totaal van de hele persoon en de klachten. Dus als er één klacht is, blijft er een heel scala aan andere informatie over waarop je het middel baseert. En aangezien je in de homeopathie het middel op het geheel geeft, is het soms zelfs prettiger om niet zo’n verstrooiing van klachten te hebben. Het leidt een beetje af van het totale beeld wat door de eigenschappen van de persoon (open/gesloten; warmelijk/kouwelijk; bescheiden/agressief; direct/afwachtend; zoetekauw/hartige eter, etc., etc.) mede wordt bepaald.

 Maar goed, één klacht waar je het als arts mee moet doen.

Neem pijn. Bijvoorbeeld spierpijn verspreid over het lichaam. Maar alleen dat. Geen blauwe plekken, geen koorts, geen kneuzingen, geen andere klachten die wijzen op een griep of ander virus. Er is ogenschijnlijk geen reden waarom het er zou zijn.

Of pijn in de knie. Geen roodheid, geen ontsteking, geen koorts, geen ongeval geweest, niets afwijkends te zien. Alleen pijn.

Als er maar 1 klacht is, moet je als arts vaak wel meer onderzoek gaan doen. Zoals onderzoek van het betreffende lichaamsdeel, zoals bijvoorbeeld de knie, en/of bloedonderzoek, of zelfs röntgenonderzoek. De bevindingen van die onderzoeken moeten helpen de diagnose te vinden.

Terwijl als je al een diagnose hebt gesteld aan de hand van de klachten – wat vaak kan – die onderzoeken slechts aanvullend en bevestigend zijn. Soms niet eens nodig. Vandaar dat de huisarts vaak na luisteren en een kort onderzoekje een recept kan schrijven.

In mijn laatste jaren als huisarts keek ik extra kritisch naar alle handelingen en ik kwam er achter dat als je heel goed uitvraagt en luistert, veel van het lichamelijk onderzoek niets toevoegt. Dat wil zeggen vaak zelfs onnodig is. Je doet het hoogstens om het interessanter te laten zijn of de patiënt nog meer het gevoel te geven dat je het goed uitzoekt. 

Datzelfde geldt voor heel veel laboratoriumonderzoek. Vaak gebeurt het omdat je geen idee hebt wat er aan de hand is (iemand die alleen moe is, ongeveer de meest gehoorde klacht, zonder andere klachten – vaak komt er ook niets uit), soms is het om je vermoeden te bevestigen, maar meestal is het omdat je niet weet wat je anders moet doen, is het om daarna te kunnen zeggen dat er niets aan de hand is. 

En dat laatste is dan natuurlijk onzin, want de persoon komt niet voor niets bij je met die klachten. Er is wel degelijk iets, maar jij als dokter hebt geen idee, of kunt er niets mee. Het feit dat de patiënt tevreden lijkt met de mededeling ‘er is niets’ is dan ook dubieus. Je hebt als dokter niets gedaan met de klacht van de patiënt en de oorzaak van de klacht blijft dus (hoewel dat gebruikelijk is in de reguliere geneeskunde) onbehandeld. De patiënt is in feite niet geholpen.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn