Uit de Praktijk

arts

Uit de praktijk:

Een blog gebaseerd op ervaringen van een opleiding geneeskunde, huisartsenspecialisatie, 12 jaar huisartsenpraktijk en vele jaren meer ervaring als complementair of alternatief arts.
Maar vooral de ervaringen als mens in een medische wereld.

Korte verhalen, soms met een boodschap, soms met een glimlach, soms een verzuchting.....

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

chol

Het was eindjaren tachtig toen mij werd aangeboden om een groot aantal patiënten op cholesterol te laten onderzoeken.

De firma die het aanbood zou bij mij in de praktijk al die mensen testen, en als ze te hoog zaten met hun waarden nog eens, en zo nodig nog eens. Ze zouden dus een aantal mensen zelfs 3x meten. Gratis.
Bizar, een farmaceutisch bedrijf wat 3x in mijn praktijk een (groot) aantal patiënten gratis zou testen op cholesterol…..
Zou het na 3x nog te hoog zijn, was het afhankelijk van de testen (er zouden dan andere waardes mee getest worden) of ze naar een diëtiste of een internist werden verwezen. Waren andere waardes ook te hoog (triglyceriden), gingen ze naar een internist, anders naar de diëtiste.

Vanaf het begin vond ik het een aanbod met een dubbel gevoel. Het kostte mij een heel weekend om door al mijn kaartenbakken de mensen er uit te halen die ervoor in aanmerking zouden kunnen komen (er was nog geen computer). Ik mocht daar ruimhartig in zijn, en was dat ook. Ik liet veel mensen uitnodigen voor deze testen. Wellicht zou het hun iets brengen?

Maar het dubbele zat in enerzijds een zeer sympathiek aanbod en anderzijds in het feit dat zo’n aanbad van de industrie niet klopte met het beeld wat ik van ze had. Een farmaceutische industrie biedt niet iets aan zonder er zelf beter van te worden! Dat wist ik toen ook al. Dus waar zat het addertje?

Nu – anno 2016 – is dat wel duidelijk. Het was een stap in de richting de wereld wijs maken dat cholesterol slecht is en dat mensen behandeld moeten worden. Dat de pillen verkocht moeten worden.

Ik had er dus toen al een dubbel gevoel bij, een gevoel dat het niet klopte.
Maar ze toonden statistieken. Die statistieken lieten zien dat na 35 jaar(!) onderzoek bleek dat na een bepaalde waarde (7,5 ongeveer) duidelijke effecten op hart- en vaatziekten en sterfte was. Tot de 7 was er niet zoveel aan de hand, zeker geen reden te verlagen.

Nog voor ik met de huisartsenpraktijk stopte, was de waarde waarbij behandeld moest worden overigens al flink gedaald. Waarom? Geen idee. Het leek mij stug dat er na 35 jaar onderzoek nu in enkele jaren heel andere grafieken zouden zijn!
Ik begon langzamerhand te begrijpen waarom deze campagnes waren opgezet. Om zowel de dokters als de patiënten subtiel te hersenspoelen en wijs te maken dat cholesterol tot een steeds lagere waarde moest worden gebracht.

Overigens was er een tussenstap destijds. Omdat de middelen prijzig waren, moesten mensen eerst ½ jaar naar een diëtist(e). Als de waardes dan nog niet gedaald waren, mochten ze de medicijnen. Die natuurlijk nauwelijks tot geen bijwerkingen hadden. Overigens daalde bij vrijwel niemand de waarden na de diëtist(e), omdat die het niet helemaal begrepen had.

Cholesterol kent een kringloopproces. Dat betekent dat het cholesterol wat wordt afgebroken weer opnieuw wordt gebruikt. Als je het wilt verlagen, moet je dus geen cholesterol toevoegen via het voedsel. En in elk dieet gebeurde dat wel. Dus werkte het niet. En dus had de firma reden om hun pillen aan te prijzen.

Fantastisch toch? Gratis metingen (nu regelmatig bij de super of de drogist), en middelen zonder bijwerkingen die je kans op hart- en vaatziekten aanzienlijk zouden verminderen. Het kon niet mooier.

Maar intussen kennen we het vervolg. De hele wereld is waarschijnlijk op die manier benaderd, en over de hele wereld denken we nu dat een hoger cholesterol dan de huidige waarden (tot 5 is normaal?) verkeerd is.

Er zijn zelfs Europese protocollen over hoe je zou moeten behandelen bij verschillende ziekten. De individuele dokter mag niet meer zelf nadenken. Het protocol is cholesterolverlagers, dus moet je die voorschrijven.

Maar hoe zit het dan met het feit dat na 35 jaar onderzoek er geen probleem was met een cholesterol tot pak weg 7? Dat is fraai weggemasseerd, weggekrast, weggetoverd.

De pillen blijken overigens ook veel meer bijwerkingen te hebben dan aanvankelijk werd gedacht. Veel mensen worden bijna geïnvalideerd door de pillen. Ze hebben allerhande spier- en gewrichtsklachten en zijn veel moeier dan voorheen.
Maar de meeste huisartsen durven niet aan te raden ermee te stoppen; immers, het staat in de protocollen of standaarden en daarvan afwijken kan je de kop kosten als er iets gebeurt en een andere collega (of familielid) jou de schuld geeft.

En is een laag cholesterol wel zo goed? Of is het vooral goed voor de industrie omdat het voor de gezondheid ook nadelen heeft? Win-win voor de industrie: pillen verkocht, en nog meer pillen vanwege de bijwerkingen van het lage cholesterol…..
Cholesterol is nodig voor de opbouw van hormonen, ook het stresshormoon. Het is dus nodig om stress in banen te leiden, om de bijnier goed te laten werken. Bovendien is cholesterol belangrijk in de bescherming tegen kanker.

Bovendien zijn de dieetmiddelen die worden geadviseerd om het cholesterol te verlagen stuk voor stuk rijk aan omega-6 vetzuren die de kans op ontsteking verhogen. Ook hier zit weer een bizarre spagaat: we verlagen het cholesterol vanwege de kans op hart en vaatziekten, maar eten dingen om dat te doen die voor meer ontstekingen, en dus meer kans op hart- en vaatziekten en kanker, zorgen……

Had ik destijds mijn twijfels al over de zuiverheid van de bedoelingen van de industrie, die is zeker niet kleiner geworden…...we zijn met z’n allen geflest, maar de dokters zitten in de tang, want als ze dat zelf al door mochten hebben (de meesten lijken lid van een sekte met de industrie als ‘God’ – onbewust van de manier waarop ze worden gemanipuleerd), kunnen ze er niets aan veranderen omdat het zo in de protocollen staat. En die zijn heilig…..

Overigens adviseerde ik mensen met een hoger cholesterol nog al eens al het vlees te laten staan en vooral veel groenten en fruit te eten. Gevolg? Vrijwel altijd een daling van het cholesterol. Maar nu vraag ik me in alle eerlijkheid af of dat wel zo belangrijk was.

Daar waar cholesterol bij het hart in beeld komt, is wanneer de bloedvaatwanden beschadigd raken. Dan is cholesterol nodig om het te repareren. Dus is de eerste stap het voorkomen van die beschadigingen. En daar lijkt vitamine C het belangrijkst. Met voldoende vitamine C krijgen we geen beschadigde bloedvaatwandjes en speelt cholesterol helemaal geen rol van betekenis.

Het zit allemaal wonderlijk (ingewikkeld) in elkaar. En vitamine C is niet iets waar op te verdienen valt, het valt niet te patenteren, en dus hebben we het daar in de geneeskunde niet over…..

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

slaap

Slapen

Over het algemeen sliep ik prima in de huisartsenpraktijk. Ik was de meeste dagen ook wel moe genoeg om in slaap te vallen. Ik werd zelfs vaak niet wakker van de huilende kleintjes. Ik kon ’s ochtends tegen Hanneke zeggen ‘ze waren lekker rustig vannacht hè?”, en dan bleek Hanneke er 5x uit te zijn geweest.

Sporadisch had ik slapeloze nachten, of vaker uurtjes, doordat ik bezig was met een patiënt in mijn hoofd. Iets wat ik wilde oplossen, of iemand waar het niet zo goed mee ging, of iets waar ik niet tevreden over was, of wat niet helemaal goed was gegaan, of…… En soms rond nachtdiensten waren er wat mindere nachten omdat ik uit mijn ritme was.

En ook sporadisch werd onze nachtrust verstoord door een junk die aan stond te bellen en dacht iets te krijgen als ie maar vervelend genoeg was. Hoewel ik soms bedacht dat ze misschien wel helemaal niet dachten.

Maar veel patiënten in de praktijk sliepen aanzienlijk slechter. Een niet onbelangrijke groep was de groep van ouderen die weinig bewoog en thuis zat te zitten. Als je op die manier oud bent, is de slaapbehoefte aanzienlijk minder. Maar wat de meeste oudjes deden, was vroeg naar bed. Wat moest je anders. Maar als je om 8 of 9 uur naar bed gaat en aan 5-6 uur slaap voldoende hebt, ben je dus al tussen 1 en 4 uur wakker. En dan konden ze niet meer slapen.

En dus wilden ze slaaptabletten. Wat enerzijds volslagen tegennatuurlijk zou zijn, en anderzijds door de bijwerkingen helemaal niet slim was. Maar wat dan. Uitleggen. Maar dan nog, ze wilden vroeg naar bed.
Een andere groep viel pas laat in slaap, maar sliep dan wel tot een acceptabele tijd. Maar omdat ze niet in slaap vielen, wilden ze ook tabletten. Want ‘dokter, ik wordt er doodziek van’….

Ik weet nog dat ik zo’n oudere dame een zogenaamd inslaapmiddel gaf. Dat was een middel wat – logisch – vrij snel werkte en ’s ochtends echt uitgewerkt was (als je dat moest geloven). Ze werd midden in de nacht wakker op de keukenvloer. Ze had het middel in de keuken ingenomen en was daarna begonnen aan de tocht naar bed. Ze was duidelijk niet ver gekomen. Het nadeel van zo’n snel werkende pil. Ik kwam het vaker tegen. Soms lagen ze naast het bed, soms half op bed, soms in de woonkamer. Die pillen waren het dus ook niet helemaal.

In principe probeerde ik mensen geen slaapmiddelen te geven. Ook geen kalmeringsmiddelen trouwens. Omdat het bijna altijd leidde tot een chronisch gebruik. Want als je er eenmaal aan gewend bent……
Als alternatief gaf ik wel eens een aantal tabletten, maar dan moesten ze bijvoorbeeld met 10 tabletten een maand doen. Dan konden ze af en toe een tablet nemen, maar wenden ze er niet aan.
En bij hyperventilatie gaf ik soms - na uitleg en ademhalingsadvies - een paar tabletten, om in de broekzak of handtas te hebben voor zo nodig. In principe niet om in te nemen. Ze werden ook meestal niet gebruikt. Omdat ze de adviezen opvolgden en merkten dat het hielp.

Eens in de zoveel jaren bedacht er weer een firma iets slims. Dan hadden ze zogenaamd een slaaptablet ontwikkeld die je makkelijk kon laten staan, en die je kon helpen van je andere slaaptabletten af te komen. Zie je de markt al voor je? Al die mensen van hun ‘eigen’ slaaptabletten af en aan jouw tabletten. En sommige collega’s trapten er in. Ongetwijfeld ter goeder trouw dachten ze dat ze hun patiënten konden helpen van de tabletten af te komen. Het resultaat: weer een andere slaaptablet waar mensen niet meer vanaf kwamen.

Dat hele gebied van slaapproblemen was een lastig terrein. Ik noemde al de oudere medemens die minder slaap nodig heeft. Maar denk aan alle mensen die moeten werken en niet goed slapen. Het is lastig. En het is heel uitnodigend om dan maar tabletten in te nemen. En het is heel vervelend als de dokter die dan niet wil geven.

Uiteraard heb ik in de loop der tijd veel alternatieve manieren gezocht en aangereikt. Zoals druppeltjes met homeopathische middelen. Soms werkte het niet, soms werkte het beter dan de slaapmiddelen. Of langzaam terugtellen van 100 naar nul. (optellen maakt je wakkerder, dus die schaapjes kun je beter niet tellen). Sommigen haalden de tachtig niet eens, bij anderen werkte het niet.
Ik was denk ik niet altijd een leuke dokter als het om slaaptabletten ging. Voor mij ging de gezondheid en het belang van de patiënt altijd voorop, en dat was niet altijd wat de patiënt wilde. Maar ik vond het wel mijn taak.

Er was een periode dat de verzekering jaarlijks een uitdraai maakte van wat jij als huisarts had voorgeschreven (in aantallen en percentages, en ook in vergelijking met de gemiddelde huisarts). Het idee was veel voorschrijvende huisartsen aan te spreken op dat gedrag om zo kosten te besparen. Ze stopten ermee, omdat ze dan – als ze kosten bespaarden – minder geld van de overheid kregen. Een van de vele kromheden in de ambtenarij.
Maar die paar jaar dat ze het deden, bleek ik aanzienlijk minder slaap- en kalmeringsmiddelen voor te schrijven in vergelijking met collega’s. Daar was ik best trots op.
Dat werd dan wel weer een beetje gecompenseerd overigens doordat ik duurdere laxeermiddelen voorschreef bij vooral ouderen. Dat kwam omdat ik koos voor natuurlijke vezelmiddelen boven de goedkope pillen die de darm juist minder actief maakten. Maar over dat laatste hogere cijfer voelde ik me alles behalve schuldig.

Slaapproblemen, bepaald niet een slaapverwekkend onderwerp voor de dokter.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

oorzaakgevolg

De dokter van de toekomst zal geen medicijnen geven, maar zijn patiënten interesseren voor de oorzaak en preventie van ziekte (Thomas Edison).

Was het maar zo gemakkelijk.
Aan de ene kant zijn veel dokters helemaal niet bereid om daar energie in te steken, het is gemakkelijker om een recept te geven. Anderzijds zijn heel veel patiënten niet bereid er energie in te steken, het is gemakkelijker de dokter een recept te vragen of te hopen dat ze niet ziek worden…..

Om het eerste te verduidelijken: ik heb er destijds als huisarts energie in gestoken om met mijn collega’s te praten over het nut van koortsbestrijding. Aan de ene kant is dat tegennatuurlijk, en aan de andere kant leer je mensen (ouders ook) dat het normaal is dat je koorts bestrijd, en geef je ze zelfs het idee dat koorts gevaarlijk zou zijn terwijl het juist het grootste hulpmiddel van ons lichaam zelf is. Ik kreeg bijval van 3 antroposofische collega’s, de andere 6 reguliere collega’s waren het wel met me eens, maar zeiden in koor dat het voorschrijven van een recept voor paracetamol (dat kon toen nog) veel minder tijd kostte en ze niet bereid waren om tien minuten te gaan uitleggen wat koorts deed en dat het nuttig was. Einde poging….

Het tweede punt: Er was een moment dat ik me achter mijn bureau in mijn spreekkamer herhaaldelijk zat af te vragen wat ik aan het doen was. Ik stopte er energie en tijd in om mensen dingen uit te leggen, te vertellen hoe ze zonder medicijnen van hun klacht af konden komen, en merkte dat patiënten teleurgesteld en soms zelfs boos waren dat ze geen recept kregen. Sommige patiënten gingen zelfs naar een andere arts. Maar patiënten zorgden wel voor ons inkomen, ik gooide er mijn eigen ruiten mee in………wat te doen?

Daar tegenover stonden patiënten die bij me waren gekomen omdat ik ook homeopathie bestudeerde en ze liever geen chemische middelen wilden. Als ik zo’n recept schreef vroegen ze me of het niet anders kon…..

Wat moest ik met dit dilemma? Twee verschillende patiëntengroepen, die ik allebei wilde helpen. Maar ik was het een beetje beu om veel energie te steken in mensen die dat toch niet wilden. Inderdaad, een recept is zo geschreven, alleen deed ik dat liever niet.

Dus hing ik in de wachtkamer een papier op, waarvan ik me niet meer de letterlijke tekst herinner. Maar het kwam er op neer dat ik er was om een diagnose te stellen. En dat mensen het moesten laten weten of ze een uitleg en advies wilden zo mogelijk zonder medicijnen, of dat ze perse een recept wilden.

Het zou maken dat ik mijn tijd beter kon verdelen over de patiënten die dat waardeerden en zij die dat niet wensten.
Het grappige is dat het vele vragen opriep. Mensen vroegen wat ik ermee bedoelde. En zelfs veel van de mensen die voorheen perse een recept wilden, waren nu bereid te luisteren naar mijn uitleg en advies en verbaasd dat veel zonder recept kon, of met een onschuldig homeopathisch middel.

Het effect was dus duidelijk anders dan ik had bedoeld, maar eigenlijk nog mooier. Meer mensen werden zich bewust dat niet alles alleen met recepten op te lossen was, en dat recepten vaak zelfs overbodig en in potentie nadelig waren.  

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

dief

 

Het nadeel van een praktijk waar je in en uit kunt lopen is natuurlijk dat er mensen kunnen binnenkomen die je niet binnen wilt hebben.

En zeker in de huisartsenpraktijk was dat best af en toe lastig. Dat gold natuurlijk voor mensen die geen afspraak hadden maar dachten toch wel even tussendoor te kunnen glippen (dat werkte meestal niet). Dat gold voor artsenbezoekers die ineens onverwacht voor mijn neus stonden en dachten mijn tijd te kunnen ‘stelen’. Ik liet me van die tijd slechts minuutjes afpakken en zei dat ze konden bellen om een afspraak te maken. En helaas gold dat ook voor mensen met nog minder goede bedoelingen.

Als je binnenkwam, had je eerst een halletje, en daarna klapdeuren en de trap naar boven, naar de praktijk. Maar ook kon je rechtdoor naar de keuken en de huiskamer. Er hing meestal een keurig plastic kettinkje richting privégedeelte. En een klein stukje verder zat een alarm. Kunstig door een patiënt – zo begreep ik later – in elkaar gefrutseld. Met spiegeltjes en een infrarood lampje. Via de spiegeltjes vielen die in een oog en zodra die lichtbundel werd onderbroken, ging het alarm.

Dat ging vrijwel altijd goed. En toch was ik op een gegeven moment een racefiets kwijt, die helemaal achter in de gang had gestaan. Wat bleek, de kinderen hadden vrij van school, en het alarm had niet aangestaan. Te lastig om steeds aan en uit te doen. Dat was overigens niet zichtbaar, dus het was een slimme dief geweest. Zo was ik ook een autoradio kwijt, terwijl ik nog geen 10 minuten binnen was geweest en mijn auto had afgesloten. Dieven waren soms heel snel.

Eén keer werden we door patiënten erop attent gemaakt dat er iemand naar onze bovenste verdieping was gegaan, onze slaapetage. De wachtkamer zat vlak bij de trap en iedereen kon eigenlijk zo naar boven lopen. We hadden dat ook niet gebarricadeerd. Dat hoefde ook eigenlijk niet, niemand ging naar boven. Als ik dit schrijf, denk ik dat we wel erg goed van vertrouwen waren. Gelukkig was dat i.h.a. terecht.

Ik dus naar boven en ja hoor, in onze slaapkamer een inbreker met een lakenzak onder zijn jas, die ik snel een beweging richting ons bed zag maken toen hij mij zag. Zonder een moment van angst (daar had ik geen tijd voor, ik moest handelen en wilde straks met mijn spreekuur kunnen beginnen) liep ik op hem af en fouilleerde hem om te zien of hij spullen van mij bij zich had. Ik vond ladingen bonnetjes van het openbaar vervoer, maar hij leek niets in zijn bezit te hebben (meer). Wel had hij een wekkerradio onder de dekens geschoven toen ik binnen kwam. Maar die had ik dus weer/nog.

Hanneke liep naar het politiebureau om de hoek en kwam hard rennend met een agent op haar hielen terug. Dagen later vroeg men ons nog wat er aan de hand was geweest, zag er wel spannend uit. Vervolgens kreeg ik op mijn kop dat ik gefouilleerd had, want dat mocht een burger helemaal niet, en de man ging mee naar het bureau. Om twee uur later bij de buurman een kist wijn te stelen…..

Ook liep er eens een man naar binnen die ik al eerder had gezien en toen een zielig verhaal had over geen huisarts hebben en een zwangere vrouw die bijna moest bevallen. Ik had hem geweigerd omdat ik hem niet vertrouwde. Nu kwam hij van boven terwijl wij aan het eten waren geweest (en dus niet boven waren). Ik herkende hem op dat moment niet, maar het was dezelfde als met dat verhaal. Hij vertelde dat hij zich had vergist in de tijd (?). Ik bekeek hem, hij kon geen grote dingen hebben gestolen? Zijn zakken puilden niet uit. En wat was er verder te halen? En ik mocht tenslotte niet fouilleren. En moest ik nu politie hierbij halen terwijl de man wellicht gelijk had en zich inderdaad had vergist?
Een dilemma, maar ik gaf hem het voordeel van de twijfel.

Maar dagen later kwamen we er achter dat we kostbare sierraden misten. Kostbaar i.v.m. de emotionele waarde, want verder gaven we niet zo om sierraden. En ik hoorde van meerdere collega’s dat dezelfde persoon in vele praktijken sierraden had ontvreemd………,

Het zijn ook praktijkervaringen…………

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

genees

Onder de titel geneeskunde, wat een vak.............. lag al heel lang een manuscript verstopt ergens in mijn computer.

Het heeft vele computers gezien van binnen, want ik begon er al mee in 1995. De eerste verhalen werden dus al 20 jaar geleden geschreven, nadat ik met de huisartsenpraktijk was gestopt.

Het waren 12 bijzondere jaren. Bijzonder, omdat ze zo heel anders waren (overigens heb ik ook over de periode daarna later geschreven, zal in de volgende delen komen.....)
Voor die tijd had ik geneeskunde gestudeerd en stage gelopen tijdens de huisartsenspecialisatie bij dezelfde praktijk die ik een paar jaar later over zou nemen. Ik had dus kennis gemaakt met de praktijk, en met de patiënten, met de vorige huisarts, met de assistentes (er waren er twee), met de entourage.
Daarna was ik er ongeveer een jaar uit omdat ik de militaire dienstplicht moest vervullen. Het laatste deel daarvan ging ik al ondersteunend in mijn latere praktijk meedraaien wegens ziekte van mijn voorganger en 'opleider'.

In 1982 nam ik de praktijk over en was het 'mijn' praktijk. Ik belandde in een andere wereld. Een wereld waarin ik me staande moest zien te houden met een gigantische schuld. Ik had niet alleen een huis gekocht, maar ook veel goodwill betaald, min of meer 'het tuinhekje'. Dat laatste is bij wijze van spreken, want je betaalde voor de patiënten die je overnam, waarvan je maar moest afwachten hoeveel er weggingen en hoeveel er overbleven. En ik heb het dan over tonnen (toen nog guldens).
En ik zeg 'ik', maar ik bedoel natuurlijk 'wij'. Want ik Hanneke ging in mijn kielzog mee. Die kwam ook in die andere wereld.

Andere wereld in alle mogelijke opzichten. Ik had ineens 9 collega's in een waarneemgroep, waarvan de meesten in pak liepen als ik ze ontmoette. Ikzelf liep altijd in spijkerbroek. Zij hadden keurig kapsel, ik had lang haar en een baard. Ik was niet helemaal het prototype van de huisarts als je me zag, denk ik achteraf. Een beetje een vreemde eend in de bijt? Maar ik voelde me daar prima bij.
Ik vond op de frustraties van de beperkte mogelijkheden tot genezen na het vak leuk. We hadden plezier met de assistentes, ik kon het met de meeste patiënten prima vinden, en genoot van mijn vrijheid.
Vrijheid in de zin van mijn eigen toko, mijn eigen auto om visite te rijden, mijn keuzevrijheid in behandelen en doorverwijzen. Verder was er weinig 'vrij', want het was keihard werken. Mijn weken telden al snel zo'n 60 uur per week, en daar kwamen dan ook de weekenddiensten en de nachtdiensten nog bij.

De eerste jaren was ik op vrijdagavond uitgevloerd. Om 7 uur, als de band (het antwoordapparaat wat verwees naar de doktersnachtdienst) erop mocht, vielen mijn ogen meestal dicht en vaak was ik 's zaterdags ook nog 'ziek' van vermoeidheid. Om 's zondags een beetje op te krabbelen en er op maandag weer tegenaan te gaan. Maar het was een leuk vak.
Maar een heel andere wereld dan ik gewend was. Collega's die echte dokters waren, terwijl ik dat niet was. Wel qua vak, maar niet qua gedrag. Ik kan daar op zich al een boek over schrijven, maar dat zouden mijn collega's niet zo leuk vinden denk ik.

Ook een heel andere wereld qua ervaringen met patiënten. Het is anders om als assistent onder iemand te werken dan om zelf de volle verantwoordelijkheid te hebben. En dan echt de dokter te spelen. Dat klinkt wellicht gek, maar een beetje is het wel zo. We hebben allerlei rollen. We zijn 'zoon', we zijn 'partner', we zijn 'klant', we zijn 'buurman/vrouw'. En ik was nu ook 'dokter'. Zo voelde het ook voor mij, het was een rol die ik met mijn kennis en vaardigheden mocht vervullen. Maar bovenal was ik mens. Een mens van vlees en bloed, met gevoel en met twijfels. Twijfels al snel vooral over de 'geneeskunde'. 

Twaalf aparte jaren, met vele gebeurtenissen, vele leermomenten, vele anekdotes, vele lachbuien en ook tranen. Je maakt wat mee in zo'n praktijk. Sommige gebeurtenissen zetten je aan het denken, anderen schudden je door elkaar. Een aantal daarvan heb ik opgeschreven. Als je gaat lezen, wens ik je veel plezier........

Je vind het E-book rechts op de site onder 'eigen boeken'. Deel 2 volgt later.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn