Uit de Praktijk

arts

Uit de praktijk:

Een blog gebaseerd op ervaringen van een opleiding geneeskunde, huisartsenspecialisatie, 12 jaar huisartsenpraktijk en vele jaren meer ervaring als complementair of alternatief arts.
Maar vooral de ervaringen als mens in een medische wereld.

Korte verhalen, soms met een boodschap, soms met een glimlach, soms een verzuchting.....

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Gezonder als de dokter er niet is?

De arts wordt vaak gezien als genezer, als iemand die goed is voor de gezondheid. Maar wat moet je dan denken van het feit dat er minder doden vallen als artsen staken? En hoe vaak kwam ik het niet tegen dat mensen me na mijn vakantie vertelden dat ze klachten hadden, maar niet naar de waarnemer wilden, en dat de klachten nu weg waren?

Eigenlijk is het heel eenvoudig: klachten zijn een teken dat het lichaam bezig is iets te ondernemen; niet tegen je, maar om iets wat verkeerd gaat te corrigeren. Dat je dat merkt is niet altijd prettig, en dat noemen we dan klachten. Als het ‘t lichaam lukt om het te herstellen, is dat mooi, en verdwijnen de klachten.

Maar als we in de periode dat het lichaam bezig is (te corrigeren, de balans te herstellen) de symptomen gaan bestrijden (omdat we het ‘ziekte’ noemen en de symptomen vervelend vinden), dan lopen we het risico dat we het lichaam dwarsbomen in het herstel, we lopen het risico dat we door de waarschuwingssignalen te overrulen niet meer in de gaten hebben wat er echt aan de hand is, en we lopen het risico dat de medicatie die we geven bijwerkingen heeft die we niet wensen.

De afwezigheid of staking van de dokter leidt er vaak toe dat we de natuur even iets langer op z’n beloop laten, en het lichaam het zelf oplost.

Een mooi voorbeeld is een (buik)griep: we gooien de rommel eruit (onder en boven vaak), we ontwikkelen koorts om de bacterie of het virus te verslaan, we voelen ons ellendig zodat we rust nemen……….en na een paar dagen zijn we weer hersteld.
Spierpijn na een intensieve sportinspanning of na een val is net zo iets: het is pijnlijk, we doen er even iets minder mee, het wordt blauw door de kapotte bloedvaatjes, maar na een tijdje is alles vergeten en voorbij…
Of een verkoudheid. Ook zo’n passerend virusje waar het lichaam een passend antwoord op heeft. Niet altijd lekker (keelpijn, neus dicht, proesten, hoofdpijn), maar effectief.
Of alleen een keelpijn. Vrijwel altijd gaat dat gewoon over zonder ingrepen. Al kan het even venijnig zijn. Bedenk overigens dat in de keel – rondom – heel veel lymfeklieren zitten die actief worden om ons te beschermen. Nogmaals: beschermen!

In de praktijk zag ik vaak vrouwen die me na mijn vakantie vertelden dat ze meer last van afscheiding hadden gehad. En dat ze niet naar een andere dokter wilden. Maar nu was het over. Als ze wel bij me waren gekomen, had ik het onderzocht; en dan vind je altijd wel wat (een bacterie of een schimmeltje), en geef je wat, ze komen immers niet voor niets. Maar ook hier lost het lichaam het vaak zelf op. En is het wel altijd zo goed om iets te geven? (Ik gaf vaak onschuldige dingen, of liet ze spoelen met iets, maar veel medicatie is helemaal niet zo onschuldig als het lijkt)

Het kan vaak geen kwaad iets eerst aan te kijken en alleen natuurlijke dingen te doen om het lichaam wat te helpen. Alleen als iets bedreigend is of als je je enorme zorgen maakt, moet je direct aan de bel trekken bij een dokter. Daar is hij/zij voor. Zelf kun je veel doen zoals een homeopathisch middel, of meer rust, gezonder eten en drinken, (veel) meer vitamine C, vitamine D, sowieso even nadenken over wat je naar binnen werkt met die klachten, sowieso even nadenken over waarom je die klachten hebt. ……..

De natuur (en dus ook je lichaam) is slimmer dan je denkt.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

luistere1

Luisteren 2

In de vorige blog vertelde ik hoe het kennelijk voor de spreker - in dit geval de patiënt - uitmaakt of de arts iets doet met de informatie of dat de informatie slechts voor kennisgeving wordt aangenomen
Terwijl de arts dat zelf niet doorheeft, ervaart de patiënt het onbewust kennelijk toch een beetje als 'je kletst maar een eind weg'.

Aan de andere kant is het vanuit de dokter beredeneerd ook niet zo gek, want met de kennis van de rijtjes van bij elkaar behorende klachten die samen een bepaalde diagnose kan betekenen, kom je in de (huisartsenpraktijk) niet zo ver. Je bent opgeleid met allerlei zeldzame en heftige ziektes in een ziekenhuis, hebt daarna wel stage gelopen bij een huisarts, maar toch.......het dagelijks leven van een huisarts is niet te vergelijken met de vaak keurige rijtjes met symptomen die je krijgt aangereikt in een ziekenhuis. Overigens is dat laatste ook niet altijd waar, want ook specialisten moeten vaal behoorlijk zoeken welke klachten nu wel en welke nu niet bij een kwaal horen en welke kwaal dat dan is.

Het beroep van arts is soms een soort woordzoeker, maar vaak ook gewoon een lastig cryptogram. Je hebt wel wat informatie, maar te weinig om echt een etiket erop te plakken. Dat wil zeggen, je hebt redelijk veel informatie met alle klachten die iemand vertelt, maar de helft hoort er niet bij. Je moet dus eerst uitvogelen - vaak een beetje gokken, of raden - welke klachten bij welke klacht zouden kunnen horen. 
En als klachten niet belangrijk genoeg zijn, dan vergeet je ze als arts gewoon, je kunt er niets mee.

Dat wil overigens niet zeggen dat ze niet belangrijk zijn. Ik vertelde al dat ze voor een homeopathische arts juist heel belangrijk zijn, ze kunnen mede het noodzakelijk homeopathisch geneesmiddel bepalen, maar soms blijken ze ook in de reguliere geneeskunde belangrijk voor de diagnose, alleen kon de arts er niets mee in samenhang met de andere klachten. En de patiënt weet niet welke klachten wel of niet ergens bijhoren en weet dus ook niet wat wel of niet te vertellen.

Daar zit ook het probleem dat je niet met meer dan twee klachten bij de dokter mag aankomen........daar gaat de volgende blog over

Maar luisteren en met name ware interesse blijkt nog een ander voordeel te hebben: het werkt gunstig bij het herstel van de patiënt vergeleken met een arts die weinig tot geen interesse toont. En ik bedoel dan niet de interesse naar de klacht of de symptomen. Maar naar de persoon, naar de beleving van de persoon, naar de spiritualiteit van de persoon. Uit onderzoek bleek dat patiënten waarbij de arts gedurende een consult van 5 minuten vroeg naar de spiritualiteit of beleving van de persoon na een aantal weken beter in hun vel zaten dan wanneer daarna niet werd geïnformeerd. 

Het is dus belangrijk voor de arts om de patiënt aan de andere kant van de tafel niet primair als patiënt maar primair als mens te benaderen. De mens aan de andere kant van de tafel wil als mens gezien worden, erkend worden, met menselijke behoeften. Raar dat daar een onderzoek voor nodig overigens, voor mij was de ander altijd primair mens en pas daarna patiënt. Dat maakte dat ik ook betere informatie kreeg, omdat mensen ook wat durfden te zeggen. 

Maar ik moet zeggen dat ik ook als patiënt collega's heb ontmoet die minder met de mens bezig waren, en te veel met hun technische vaardigheden of technische mogelijkheden. Zoals ook bepaalde artsen bij verzekeringen alles behalve met mensen bezig zijn, maar vooral met de winst voor de onderneming. Het is erg om het te moeten zeggen, het zijn (of waren) collega's. Maar de ene mens is de andere niet, het zei zo. 

Conclusie: goed luisteren en dat ook laten merken (desnoods door dingen op te schrijven of te herhalen) en betrokkenheid bij andere zaken dan de klachten geven de patiënt meer het gevoel gehoord te worden en is beter voor de psyche van de patiënt. Zorg daarom als patiënt dat je ook a;s mens gehoord wordt en geef aan wat je behoefte is. 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Etiketjes

 Als arts-in-opleiding leerde ik heel veel diagnoses, en elke diagnose bestond uit een rijtje symptomen met een etiketje erop.
Uiteindelijk leerde ik dat bij etiketje A middel X kon worden gegeven, of er moest worden verwezen naar een specialist. En wat je vooral leerde is om te kijken of het niet iets ernstigs was, want dat was het eerste wat je wilde uitsluiten.

 Al in de beginjaren kreeg ik zo te maken met mensen die klachten hadden die op weke delen reuma leken te wijzen. Alleen, dat etiketje, die naam, was in verval aan het raken. Een nieuwe naam was in opkomst: fibromyalgie. De naam deed de klachten ook eer aan: het waren klachten van pijn aan de bindweefsels en spieren. Dat klopte op zich wel. Alleen, er was iets raars met die diagnose. Of liever gezegd met het etiket. Want terwijl ‘weke delen reuma’ een geaccepteerde diagnose was, lukte dat niet met fibromyalgie.

Er werd lacherig over gedaan (en nog werden er onlangs onder studenten in opleiding tot arts rare grappen over gemaakt) en sommige ‘artsen’ noemden het modeverschijnselen of een hype. Patiënten ermee werden niet echt serieus genomen.
Neemt niet weg dat ik patiënten had met die klachten, zonder afwijkingen in lab-testen, waardoor dat etiket op zich klopte. En waarvan ook fysiotherapeuten vonden dat dat etiket juist was. Maar ook die patiënten kregen van die rare meningen en berichten te lezen en te horen. Zij wilden dus helemaal niet dat etiket hebben.

En dan natuurlijk de verzekeringsartsen, een slag apart onder artsen. Zij vonden dat die mensen gewoon niets mankeerden. Een strijd die er nog regelmatig is. De meeste verzekeringsartsen zijn eigenlijk geen artsen maar verlengstukken van de verzekering die zo min mogelijk wil uitkeren. Ze weten wel degelijk dat je klachten hebt waarmee je niet kunt functioneren, maar in het belang van hun werkgever zeggen ze dat je niets mankeert, of in elk geval veel minder dan je echt hebt. Ik ben arts geworden om mensen te helpen, sommige artsen zijn dat geworden (of ernaar afgegleden) om een verzekering te helpen. Het is een andere insteek (en niet elke arts zal even erg zijn) waar ik eerlijk gezegd nogal moeite mee heb.

Maar goed terug naar de etiketjes en fibromyalgie. Als regulier huisarts was ik dus bij alle klachten van mensen op zoek naar een naam voor het beeld. Immers, als er geen etiketje op kon, had iemand niets. Neem al die mensen met vermoeidheid. Je deed labonderzoek en er kwam niets uit. Er was dus ‘niets’. Dat vertelde ik mensen dan ook – met een heel dubbel gevoel – ‘er is niets aan de hand’. “Wel, gelukkig, dank u dokter”.

Ik voelde me er nooit zo gelukkig mee, want die mensen waren niet voor niets bij me gekomen. Zelf had ik vroeger een huisarts die bijna alles als psychisch bestempelde. Alles waar hij gaan raad mee wist was ‘psychisch’ of ‘stress’. Zoals mijn voorganger iedereen vitamine B complex gaf als hij er geen etiketje op kon plakken. Mensen voelden zich dan gehoord kennelijk.

 Het was een verademing toen ik homeopathie ging studeren. In de homeopathie luister je naar het hele verhaal. Je wilt weten hoe iemand in elkaar zit en je wilt weten welke klachten er zijn. Op basis van al die gegevens kies je het middel. Dat is verre van gemakkelijk, maar wel een duidelijk beleid. Er hoeven geen etiketjes op anders dan die van het genezende middel. En dat was fijn, want regelmatig had ik mensen waarbij ik meerdere rijtjes kon maken, waarbij meerdere diagnoses zouden kunnen, ware het niet dat er altijd minstens een symptoom tekort was. Ze hadden net geen A of net geen B en zeker geen C, maar wat was het dan? Gewoon ‘iets’, maar zonder te voldoen aan een bestaand ziektebeeld.

En met de homeopathie kon ik gewoon iedereen behandelen en alle symptomen, alle klachten in hun waarde laten.
Het maakte niet uit hoe je in elkaar zat en welke klachten je had en hoe je ze presenteerde, ik moest gewoon zoeken naar het middel waar alles bij klopte. Bovendien is er in de homeopathie een soort hiërarchie. Sommige eigenschappen of klachten zijn belangrijker dan andere, tellen zwaarder in een afweging.

Hoe dan ook, ik vond homeopathie heerlijk. Domweg omdat elke klacht van de patiënt serieus werd genomen en werd meegenomen in de afwegingen. Terwijl dat regulier helemaal niet gebeurde. Soms had iemand 5 of 6 klachten en kon je eigenlijk met 4 niets, dus gaf je iets (pijnstiller of zo) op de 1-2 klachten waar je iets tegen kon doen. En dan dus vooral het bestrijden van de symptomen, de klachten, niet van de ziekte die erachter zat.

Etiketten, ik heb er een broertje dood aan. Want los van het feit dat etiketten nogal eens verkeerd worden geplakt, gaan nogal wat mensen gebukt onder een ooit geplakt etiket (juist of niet) en bovendien kan een etiket werken als een soort van brandmerk.

Al afsluiting een voorbeeldje. Een hypochonder is iemand die dingen erger voordoet dan ze zijn of altijd denkt iets ergers te hebben dan er is, of denkt iets te hebben als er niets is. Als een arts dus in zijn papieren zet dat iemand een hypochonder is, kan dat handig zijn voor collega’s omdat ze dan niet overdreven onderzoeken gaan doen als het niet nodig is, maar het kan ook zo zijn dat iedereen die die persoon later ziet denkt dat het een aansteller is.
Met alle gevolgen van dien. Ik heb mensen zo zien overlijden omdat niemand iets deed en iedereen dacht dat het aanstellerij was. Dat is het nadeel van etiketten.

Ik denk dat je altijd iets op het moment moet beoordelen, rekening houdend met zaken in het verleden, en natuurlijk mag je het beestje een naam geven als dat nuttig is.
Maar etiketjes horen toch eigenlijk meer op jampotjes.....

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

luister

Luisteren

In de huisartsenpraktijk had ik al snel door dat het medisch-technische van de geneeskunde-opleiding en huisartsspecialisatie belangrijk was. Het was belangrijk goed een diagnose te kunnen stellen, goed longen te kunnen beluisteren, goed te onderzoeken. Het was belangrijk de goede medicatie te geven – niet te weinig, niet te veel.

Maar waar ik ook snel achter was, was dat het misschien nog wel belangrijker was een luisterend oor te hebben.
Ik had dat, en dacht dat dat duidelijk was. Tot ik homeopathie ging studeren. Toen zeiden mensen ineens tegen me “dokter, u luistert beter”. Ik schrok ervan, want dat had ik altijd al gedaan. Wat was er anders dan?

Nadat ik daar uitgebreid over na had gedacht, drong het langzaam tot me door:

Als ‘gewone’ dokter kun je met de meeste informatie die iemand geeft helemaal niets. Je hoort het dus, maar kunt er niets mee. Je zou kunnen zeggen dat het ‘t ene oor binnenkomt en het andere weer uitgaat. Je hebt het gehoord, maar doet er niets mee. Je kunt alleen iets met klachten waar je iets tegen kunt geven (zo sterk hebben we medicamenteus leren denken!) en niet iets met wat de patiënt vervelend vindt maar jij als arts niets mee kunt. Of wat niet past bij de andere klachten, waardoor het allemaal op zichzelf staande klachten lijken.
Maar als homeopathisch arts wil je alles weten, tot in de kleinste details. Alle klachten horen bij elkaar, hoe gek ook. Ik hoorde dus hetzelfde en het kwam in beide gevallen mijn oren binnen, maar ik deed er wat anders mee. Als ‘gewone’ huisarts deed ik met een klein gedeelte iets omdat ik daar iets mee kon en ik schreef nauwelijks iets op, als homeopathische georiënteerd huisarts deed ik met alles iets omdat het allemaal van belang kon zijn en ik schreef ook veel meer op.

En dat was kennelijk wat maakte dat mensen dachten dat ik beter luisterde.

Onbewust was ik dus geïnteresseerder in (al) hun symptomen en gevoelens. En eerlijk is eerlijk, ik nam ook alle klachten serieus, dus de persoon die ze uitte serieuzer!
Vaak heb ik het gevoel gehad dat het belangrijker was een arts met sympathie en compassie te zijn, met een goed luisterend oor, dan een medisch-technisch bekwaam arts met weinig interesse voor de persoon. In veel gevallen was luisteren misschien wel het beste recept. Een nog beter recept als je daarna gewoon kon geruststellen of met een paar vragen de persoon zelf de oplossing kon laten bedenken. (Overigens niet in de vorm van ‘wat denk je zelf?’, want dat irriteert de meeste mensen – en een beetje terecht, daar komen ze niet voor).

Maar gezien de ervaring met het ‘dokter, u luistert beter’, vraag ik me af hoe dat tegenwoordig ervaren wordt, als de arts op naar óf zijn/haar toetsenbord óf zijn/haar computerscherm zit te kijken. Hoe beluisterd zal de gemiddelde patiënt zich voelen?

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Liefde

 Liefde en geneeskunde.

Er zijn vele manieren waarop liefde en geneeskunde elkaar raken, zoals er vele manieren zijn waarop liefde en het leven elkaar raken.

 Als ik terugdenk aan de praktijk, zou ik als eerste kunnen denken aan de zwangerschappen en de kleintjes die het gevolg waren van die liefde. Soms ook ongewenste zwangerschappen, maar wel het gevolg van liefde, al dan niet tijdelijk.
Regelmatig zag ik zo iemand, die zwanger was geraakt en het niet wilde. Dat waren voor de ‘patiënt’ intense gesprekken, en voor mij natuurlijk ook niet de gemakkelijkste. En af en toe gebeurde het dat ik er vlak na of voor iemand had die niet zwanger raakte. Iemand die soms al jaren bezig was om haar liefde met die van haar partner in een nieuw leven te gieten, zonder effect.

 Beide hadden direct met liefde te maken, liefde van twee mensen naar elkaar.

 Maar net zo goed waren er de moeders die weer met hun zieke kind op het spreekuur kwamen, soms uitgeput door alle zorg, soms doodongerust om wat voor ernstigs het kind zou hebben. Soms een moeder die elke keer langs kwam als het kind met de temperatuur boven de 37,5 zat of een keer had gehuild. Dit soort ouders kostten heel veel tijd en energie, maar naast onbekendheid en onwetendheid zat daar altijd een dosis liefde voor het kind bij. En dat realiseerde ik me ook.
Dus onderzocht ik, stelde ik gerust, en adviseerde ik.

 Ik weet niet waar ik het vandaan heb, en kan me bijna niet voorstellen dat ik het van mijn ouders heb, maar ik heb me al vroeg gerealiseerd dat ik van mijn medemens hield. Gewoon in het algemeen. Het is daarom niet zo gek dat ik huisarts wilde worden, of in elk geval arts om mensen beter, gezond, heel, te maken. Ik hield gewoon van mensen. En niet eens zo van hun gezelschap hoor, want ik ben zeker geen gezelschapsmens. Vroeger vond in dat al niet zo boeiend, en tegenwoordig kost het me gewoon te veel energie en mijd ik het.
Maar toch, die liefde voor mijn medemens én de overtuiging dat mensen gezond te maken zijn, heeft wel mijn gang in de wereld van de geneeskunde bepaald.

 De huisartsgeneeskunde bijvoorbeeld, maar toen dat verreweg niet genoeg bleek te zijn naar mijn gevoel en wens de homeopathie, de integra, de Neuro-emotionele integratie, de NLP, en alle andere zaken die ik heb bestudeerd. Ik heb zelfs even aan de politiek geroken, maar vond dat al snel teveel stinken: te starre ideeën, te opdringerig, te kortzichtig……
En tenslotte natuurlijk de Chi Neng® Qigong.

 Terug even naar de praktijk. Liefde en geneeskunde. Liefde en leven. Liefde en doodgaan!

Ook dat was een fase waarin liefde sterk om de hoek kwam kijken. Soms zelfs terwijl het er tevoren helemaal niet was (of leek te zijn). Ik zag werkelijk liefde tussen mensen opbloeien als een van de twee ten dode was opgeschreven. En die werd vaak sterker naarmate het einde naderde. Heel mooi om te zien, en heel wrang om te constateren dat beiden die liefde wellicht eerder ook zo intens hadden kunnen beleven.
Dat gebeurde te vaak, dat mensen pas als een van hen dood ging beseften hoe ze die iemand zouden gaan missen, hoe ze toch van die persoon hielden. Dat gold niet alleen voor partners, maar ook voor kinderen of zelfs schoonkinderen. En – maar daar wil ik het verder niet eens over hebben – voor ouders.

 Liefde en geneeskunde, liefde en het leven. Het hoort bij elkaar. Ik realiseer me dat ik altijd geneeskunde uit mijn hart heb beoefend. Ik begin nu ook pas te beseffen, jaren na dato, dat ik daarom soms mensen in leven kon houden waarvan ik me achteraf afvroeg hoe dat kon, hoe ik die beslissingen had kunnen nemen die zo goed uitpakten, die een leven redden. Op basis van verstand was dat lang niet altijd te verklaren. Maar gevoel, liefde, hart, kan veel meer dan alleen ratio.

 Liefde, het hoort in de geneeskunde thuis.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn